Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Achterhoek

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Sinds 10 juli 2018 heeft de Achterhoek voor het eerst in zijn geschiedenis een eigen vlag. Grolsch, de Zwarte Cross en Stichting Pak An organiseerden een vlagverkiezing waarvoor 475 ontwerpen werden ingezonden. Hieruit werd het ontwerp van Paul Heutinck uit Winterswijk tot officiële vlag van de Achterhoek verkozen.

De vlag is geïnspireerd op het typisch Achterhoekse coulisselandschap. De vlakken in twee tinten groen verwijzen naar de weilanden en de bossen. De armen van het schuinkruis zijn iets gebogen en staan voor de kronkelende wegen. De donkergroene lijnen verbeelden de bomen langs de wegen.

Zie ook Achterhoekse Vlag.

De Achterhoek is een streek in het oostelijk deel van de provincie Gelderland. De Achterhoek beslaat het gebied tussen de rivier de IJssel en de Oude IJssel westen, de Duitse grens in het zuiden en oosten en de Overijsselse streken Salland en Twente in het noorden.

Het gebied komt ongeveer overeen met de voormalige graafschap Zutphen en enkele kleine gebieden aan zijn grenzen, zoals de heerlijkheid Borculo. Om die reden wordt het gebied ook wel De Graafschap genoemd. In vroegere tijden verstond men onder de Achterhoek alles ten oosten van de rivier de IJssel waarbij zelfs Drenthe en gebieden in Duitsland waren inbegrepen. Later heeft men dit beperkt tot het deel dat in de provincie Gelderland ligt.

De ten zuidwesten van de Achterhoek gelegen streek De Liemers wordt weleens gezien als onderdeel van de Achterhoek, maar is in feite een andere streek. Doetinchem, Winterswijk en Zutphen zijn de grootste plaatsen in de Achterhoek. Doetinchem is met 56.000 inwoners veruit het grootst en wordt met al zijn voorzieningen ook vaak de hoofdstad van de Achterhoek genoemd.

Naamgeving

De vroegst bekende term 'achterhoek' duikt op in een gedicht van de Eibergse dominee Willem Sluyter uit de zeventiende eeuw:

Waer iemant duisent vreugden soek
Mijn vreugt is in dees' achter-hoek.

In 2018 werden deze dichtregels aanleiding om het 350-jarig bestaan van de Achterhoek te vieren. Mede-organisator Peter Rutgers sprak echter in datzelfde jaar in een publicatie met de titel "Sluitermania" op basis van historisch onderzoek tegen dat de dichtregels van Sluyter de streeknaam gemunt zouden hebben. Rutgers: ‘Willem Sluiter had met dees’ achter-hoek zeker niet het huidige geografische gebied Achterhoek voor ogen. Laat staan dat hij de intentie had een gebied een eigennaam te geven. Met dees achter-hoek doelde de dominee louter op het gebied van zijn kerkelijke gemeente.’ Rutgers stelt dat de naam Achterhoek pas in de loop van de 20ste eeuw in zwang kwam, met name ook door het succes van de dialectpopgroep Normaal. Door de dichtregels van Sluyter steeds te herhalen zijn de 17de-eeuwse dichtregels een ‘marketingtool’ geworden.

Er bestaan ook dorpen genaamd Achterhoek, zie Achterhoek in de gemeente Hof van Twente, Achterhoek in de gemeente Nijkerk en Achterhoek in het voormalig Gelders Bovenkwartier bij de Duitse stad Geldern. "Aechterhook" is ook een straatnaam in het voormalige Stift Vreden.

Geschiedenis

Prehistorie

Wie zich een beeld probeert te vormen van het oorspronkelijke landschap, ziet een woest en moeilijk toegankelijk gebied. Het gebied bestaat uit dekzandruggen, uitlopers van een diluviaal hoogteterras aan Duitse zijde. Vele beken stromen van oost naar west en voedden een lager gelegen strook van moerasbos en veen aan de westzijde van de Achterhoek, welke een moeilijk te nemen barrière vormde voor verkeer uit het westen. Op de hoger gelegen gronden kwamen bos en heide voor. Deze heide is overigens ontstaan door menselijke bemoeienis, door het te laten begrazen door gedomesticeerd vee.

Op veel plaatsen in de Achterhoek zijn sporen aangetroffen van nederzettingen uit de prehistorie. Het is onduidelijk of de diverse plaatsen in de loop van de millennia permanent bewoond zijn geweest, of dat er sprake is geweest van radicale volksverhuizingen en/ of vijandigheden. Namen van volken, waarvan aangenomen wordt dat ze de Achterhoek bewoond hebben, zijn in chronologische volgorde: Bructeren en Chamaven (Germaanse stammen, later gerekend tot de Franken), en na de grote volksverhuizing de Saksen.

Kerstening

Het beter bereikbare Zutphen, in het uiterste noordwesten van de Achterhoek, wordt al beschreven in de Romeinse tijd. De rest van de Achterhoek komt in geschriften voor vanaf de periode van zijn kerstening, ingezet in het laatste decennium van de 8e eeuw. Geen wonder dat deze kerstening vanuit het oosten plaatsvond: landsgrenzen bestonden nog niet en geologisch maakt de oostelijke Achterhoek deel uit van het aangrenzende Münsterland. Doetinchem wordt in 838 voor het eerst genoemd.

Nadat Karel de Grote de Saksische hertog Widukind definitief had verslagen, eiste hij van hem en zijn onderdanen de bekering tot het christendom. Zo kreeg missionaris Ludger de opdracht om onder andere de heidense Saksen in de Achterhoek te bekeren. Hij heeft parochies gesticht in Groenlo, Wichmond, Winterswijk en Zelhem. Ludger werd later de eerste bisschop van Münster.

Middeleeuwen

In de middeleeuwen heeft zich in de Achterhoek een feodale maatschappij ontwikkeld. Het grootste deel van de Achterhoek werd onderdeel van het graafschap Zutphen. De in het noordoosten gelegen heerlijkheid Borculo was lange tijd een zelfstandig staatje, maar werd later betwist door de hertogen van [Gelderland|Gelre]] en de bisschoppen van Münster. Bisschop Bernard von Galen, bijnaam Bommen Berend, heeft ook na de Vrede van Münster (1648) met militaire acties geprobeerd de heerlijkheid tot zijn gebied te maken. Borculo behoorde immers niet tot het hertogdom Gelre en daarover stond dus niets in dat verdrag.

Plaatsen als Bronkhorst, Doesburg, Doetinchem, Terborg en Zutphen kregen al vroeg stadsrechten. In het gebied bevinden zich een aantal kastelen van met name de adellijke families Bronkhorst en Van Heeckeren. De Achterhoek kende dan ook tot in de 19e eeuw een feodale structuur. De families vochten een verwoede machtsstrijd uit met name tijdens de Gelderse Successieoorlogen (1371-1379) en (1423-1448). Ook tijdens de Gelderse Oorlogen (1502-1543) en de Tachtigjarige Oorlog werd het gebied regelmatig geteisterd door de vijandigheden. Onder andere om het Huis Bergh en de stad Groenlo is stevig gevochten.

Industrialisatie

De industrialisatie is de Achterhoek grotendeels ontgaan. Uitzondering hierop is de strook aan weerszijden van de Oude IJssel, waar dankzij de oerhoudende grond vroeg in de 18e eeuw een ijzerindustrie ontstond in en rond de plaatsen Ulft, Terborg, Doetinchem en Keppel. Voor het overige leefde men tot ver in de 19e eeuw zoals men dat al eeuwen had gedaan.

De buurtschappen, dorpen èn steden hadden hooguit een paar honderd inwoners. Ze bezaten vaak gezamenlijk enkele esgronden en heidevelden in de buurt van de nederzetting. De rest van gronden was nog woest, met name de lagere delen. Pas in het begin van de 20e eeuw is de Achterhoek grootschalig ontgonnen. Lange tijd heeft men veel bos in de Achterhoek gekapt ten behoeve van de houtindustrie. Aan deze functie kwam eind jaren 40 een einde.

Nadat de overheid in de tweede helft van de 19e eeuw door onder andere de aanleg van spoorlijnen en verharde wegen redelijk in de streek investeerde, werd het gebied langzaam toegankelijker. Slechts enkele plaatsen werden aangesloten op het spoornet, de rest van de Achterhoek werd begin 20e eeuw ontsloten door middel van goedkopere trambanen na de oprichting van de Gelderse Tramwegen (GTW). Hierdoor nam naast de traditionele agrarische sector de industriële werkgelegenheid toe, alsook de recreatieve voorzieningen. Na de Tweede Wereldoorlog is de welvaart gestaag toegenomen.

Achterhoekse mentaliteit

De Achterhoekse samenleving is er eeuwenlang een geweest, waarin een klein aantal grootgrondbezitters de dienst uitmaakte en een grote groep dagloners en andere afhankelijken naar de pijpen van de 'hoge heren' had te dansen. Als een kenmerkende Achterhoekse karaktertrek geldt nu nog altijd het "joa, joa" zeggen, terwijl eigenlijk "nee" wordt bedoeld. Het was de methode van stil verzet tegen het gezag, zonder dat direct met onwilligheid of opstandigheid te confronteren, want dat kon gevaarlijk zijn.

In de archetypische Achterhoeker schuilen meerdere zielen. De eerste is er een van nederigheid en volgzaamheid. Van het vermijden van conflicten en loyaliteit aan de baas. Maar er is ook een anarchistische ziel, die het boven hem gestelde gezag minacht en die zeer gesteld is op vrijheid. Beide zijn gevormd en gepolijst in eeuwenlange onderdrukking. Zonder die twee zielen in één borst, was overleven voor het grootste deel van de bewoners heel moeilijk geweest. In de teksten van de Achterhoekse band Normaal komt dit thema vaak naar voren.

Tegenwoordig

De verschaling van de landbouw heeft er mede voor gezorgd dat er binnen de regio veel plattelandstoerisme is ontstaan. Het gebied is erg in trek bij mensen die rust zoeken of juist een zeer aktieve vakantie wensen. Diverse activiteiten als fietsen, wandelen, paardrijden, nordic walking, huifkartochten, kanovaren en ballonvaren worden door de toeristen ondernomen.

Natuur en cultuur

De bewoners van het gebied leefden oorspronkelijk vooral van de landbouw. Tegenwoordig kent de Achterhoek een schakering aan werkgelegenheid, waarvan de traditionele agrarische sector nog steeds deel uitmaakt en de toeristische sector in belang is toegenomen. Veel inwoners van de Achterhoek spreken nog hun eigen dialect, het Achterhoeks, dat een Nedersaksisch dialect is. Een typisch Oost-Nederlands gebruik wat men in de Achterhoek terugvindt is de burenhulp, het noaberschap.

In het Achterhoekse coulissenlandschap is veel en geschakeerd natuurschoon te vinden zoals in het Montferland, op de Lochemse berg, in boswachterijen te Ruurlo, in de Slangenburg bij Doetinchem en in enkele veengebieden tegen de oostgrens met Duitsland. Het landschap rond Winterswijk is misschien wel het meest karakteristiek voor de Achterhoek. De Achterhoek is rijk aan kastelen en landhuizen. Huis Bergh in 's-Heerenberg is hier van misschien wel het meest aansprekende voorbeeld.

Religie

Kerkelijk kenmerkt de Achterhoek zich doordat de streek grotendeels van Nederlands Hervormde signatuur is, maar er een aantal katholieke enclaves zijn. Katholieke enclaves zijn onder andere plaatsen als Groenlo en Lichtenvoorde. Doetinchem kent religieus gezien een gemengde bevolking, maar ook hier overheerst het protestantisme.

Exportproducten

  • Landbouw, tegenwoordig met name veeteelt met relatief veel melkveehouderijen. Tot even na de Tweede Wereldoorlog ook veel bosbouw.
  • Oerhoudende grond maakte vanaf de 18e eeuw ijzerindustrie mogelijk. Bekende namen van Achterhoekse oorsprong zijn DRU, Pelgrim, Becking en Bongers en ATAG.
  • Grolsch bier werd sinds 1615 gebrouwen in Groenlo (Nedersaksisch: Grolle). In het voorjaar van 2005 is de laatste échte Grolsche bierbrouwerij gesloten en heeft het bedrijf de Achterhoek definitief verlaten.
  • De popgroep Normaal heeft veel gedaan voor de "emancipatie" van de Achterhoekers. Men werd er trots op boer te zijn.
  • Jovink en de Voederbietels is ook een bekende popgroep uit de Achterhoek. Iets minder bekend buiten de Achterhoek, maar in de streek zelf populair is de popgroep Boh Foi Toch.
  • De Zwarte Cross wordt sinds 1996 jaarlijks op het crossterrein bij de Engelse Schans in Lichtenvoorde gehouden. Het is het grootste motorcrossevenement van West-Europa en wordt georganiseerd door Jovink en de Voederbietels.
  • Op hetzelfde terrein vond van 2003 tot en met 2006 het Arrow Rock Festival plaats. Vanwege het grote succes is het festival verplaatst naar het centraler gelegen Biddinghuizen.
  • Op voetbalgebied speelt De Graafschap uit Doetinchem in de nationale subtop. Voetbaltrainer Guus Hiddink en FC Twente-keeper Sander Boschker komen ook uit de Achterhoek.