Arnhem
Uit Berghapedia
Arnhem is de hoofdstad van de Provincie Gelderland en ongeveer 30 kilometer ten westen van 's-Heerenberg gelegen. De oudste benaming is Arneym. Achtervoegsels als -hem, -kem, -kum, -chem en -heim duiden op een zogenaamde rijkskarolingische nederzetting.
Hoewel de voormalige gemeente Bergh in eerste instantie sociaal en cultureel voornamelijk op Doetinchem is gericht, speelt Arnhem vooral een rol als het gaat om bovenregionale faciliteiten. Vanzelfsprekend zijn ook veel inwoners van Bergh werkzaam in Arnhem.
In 1923 verhuisde Burgers Dierenpark van 's-Heerenberg naar Arnhem.
Het Gelders Archief is aan de Markt in Arnhem.
Geschiedenis
Overgenomen uit Gelderlander, editie Liemers 30 oktober 2009 (door Harry van der Ploeg)
Voorzitter Aalbers van historisch genootschap beschrijft Arnhem als gemeenschap van druktemakers
Stad van eeuwenoude loze pretenties
Arnhem stelde eeuwenlang ‘geen biet voor,’ stelt geschiedkenner Paul Aalbers.
De hertog van Gelre veranderde dat. Het leidde tot misplaatste verhevenheid.
Voor voorzitter Paul Aalbers van het Arnhems historisch genootschap ‘Prodesse Conamur’ is Arnhem altijd een stad geweest die een te grote broek aan trok.
„Een stad van druktemakers, van meer willen zijn dan de stad in werkelijkheid is. Dat uit zich in megalomane projecten. Dat plan Rijnboog, daar komt niks van terecht. Dat station had allang af moeten zijn. Maar we willen in Arnhem altijd veel verder springen dan onze stok lang is.”
Aalbers is in 2010 hekkensluiter van zes specialisten die de komende maanden lezingen geven over de stadsgeschiedenis bij de Volksuniversiteit Arnhem. Volgende week dinsdag is de eerste in de serie. De bijdrage van Aalbers over het beeld van Arnhem in heden en verleden is alles behalve vleiend. „ Arnhem was een vrij onbeduidende stad in de middeleeuwen, de minste in vergelijking tot Nijmegen en Zutphen. Maar er veranderde iets toen hertog Arnold van Gelre in de vijftiende eeuw besloot om zijn hof in Arnhem te vestigen.”
In 1543 brachten de Habsburgers onder leiding van keizer Karel V een deel van hun bestuurlijke macht naar het Prinsenhof. Enige tijd later volgde de Gelderse rekenkamer. „Die Habsburgers trokken bekwame figuren aan uit de kringen van de burgerij. Zo kreeg Arnhem een bestuurlijke elite.”
Economisch gezien bleef de stad echter weinig voorstellen, ook in de eeuwen daarna, aldus Aalbers.
„ De basis bleef flinterdun. Er was hier nauwelijks nijverheid. De industrialisatie kwam veel later slechts mondjesmaat op gang. Veel armen verkommerden in sloppen en stegen. Alleen de middenstand deed het goed, omdat de elite daar zijn inkopen deed.”
Vooral in de negentiende eeuw ging het de winkeliers voor de wind. „ Arnhem profiteerde in die tijd van de romantiek rond het buiten wonen op de gezonde zandgrond. Het werd een luxe verblijfplaats voor de rijken. Maar dat was van korte duur. Arnhem verloor de concurrentie met Velp en Oosterbeek en later van ‘t Gooi.”
De neiging om de eigen mogelijkheden te overschatten bleef door de jaren heen bestaan. „ Arnhem werd in 1813 officieel de hoofdstad van Gelderland maar een echt centrum van de provincie is het nooit geworden. Veel andere steden zijn kleine Gelderse metropolen geworden waar Arnhem geen invloed op heeft. Maar de stad wil zich wel laten gelden. Vandaar al die grootse projecten. Draagvlak bij de bevolking is er niet. De mensen halen er hun schouders al bij op. Ze vinden het wel best. Het is een ver van hun bed show.”
| Onderwerp(en) en/of pagina('s): Plaatsen, Gelderland |
