Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Adam (Daem) van den Bergh

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Adam (Daem) van den Bergh werd rond 1500 geboren als buitenechtelijke zoon van graaf Willem III. Zijn moeder was de 's-Heerenbergse waardin Lyse Poer. Samen met zijn broer Hector, die dezelfde moeder had, werd hij in 1520 door zijn vader gewettigd.

Daem en Hector hadden samen een leengoed bij Gendringen. In het voorjaar van 1541 ontstond hierover een conflict toen hun halfbroer graaf Oswald II hun dit leengoed ontnam. In een poging het terug te krijgen, riep Daem de bemiddeling in van Veronica van Reichenstein, abdis van het Stift Elten. Op 25 april liet graaf Oswald weten dat Daem en Hector zich ernstig tegen hem misdragen hadden, en dat hij niet van plan was het leengoed terug te geven. Hierop volgde een briefwisseling tussen Daem en ambtenaar Arnt van der Empel, die ook bemiddelde. Op 24 juni liet graaf Oswald in een brief aan abdis Veronica nogmaals weten het leengoed niet te zullen teruggeven. Vier dagen later schreef Daem een brief aan de abdis, waarin hij zich over het besluit van zijn halfbroer beklaagde. Abdis Veronica wist toen niets anders meer te doen dan Daem een afschrift van graaf Oswalds brief te sturen. Op 31 juli liet ambtenaar Arnt van der Empel nog aan Daem weten dat hij niet in de positie was graaf Oswald te dwingen het leengoed terug te geven. Het lijkt erop dat Daem en Hector het leengoed niet hebben teruggekregen.

In 1550 trouwde Daem met Walburg van Helmond. Hij kreeg twee dochters en een zoon, maar het is niet duidelijk of Walburg de moeder (van alle drie) was.

Eveneens in 1550 bouwde hij samen met Hector een huis in de stad, dat naar hem het Drost Daemenhuis werd genoemd. Daem was namelijk van 1534 tot 1536 landdrost van Bergh geweest.

De broers hebben helaas niet lang van hun huis kunnen genieten. Hector overleed in 1552. Daem overleed in 1555 in de Meurse toren, een restant van het afgebrande kasteel van de graven van Bergh in de heerlijkheid Didam. Omdat zij geen nageslacht hadden, erfde hun halfbroer graaf Oswald II het Drost Daemenhuis.

In 1556, het jaar na het overlijden van Daem, werd er voor zijn weduwe Walburg een inventaris van de inboedel van de Boetselaersborg opgesteld, waarschijnlijk op aandringen van graaf Oswald II. Deze gedetailleerde lijst geeft een gevarieerd beeld van de meubels en de verdere inrichting van het huis op dat moment, inclusief kleding, sieraden, keukengerei en dergelijke. Walburg overleed overigens in 1559.

Later hebben onder anderen de landdrosten Hendrick van Zuylen en Willem Jacob van den Boetselaer er gewoond. Naar laatstgenoemde draagt het huis sinds 1632 de naam Boetselaersborg.

Bronnen