Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Broeder Jodocus

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Broeder Jodocus was een franciscaan van het Observantenklooster in Elten die in 1674 door tot pastoor van de parochie Zeddam werd benoemd.

Op 4 februari 1674 schreef de weduwe van Albert van den Bergh, Madeleine de Cusance, dat pater Wylick zijn ambt had neergelegd. Daarop stelde zij een franciscaan aan als pastoor. Hoewel het niet zeker is of dit al broeder Jodocus was, is hij wel langere tijd, tot 1686, pastoor van Zeddam geweest.

Omstreeks de tijd dat broeder Jodocus pastoor van Zeddam werd, moesten de katholieken de Sint-Oswalduskerk afstaan aan de protestanten. Dit was een gevolg van de terugtrekking van de Franse bezettingstroepen, die er bij hun komst in 1672 juist voor hadden gezorgd dat de protestanten de kerk aan de katholieken teruggaven. De protestanten hadden de kerk een eeuw eerder tijdens de Reformatie in bezit genomen.

Na een kort intermezzo van twee jaar hadden de katholieken dus weer geen eigen kerkgebouw. Broeder Jodocus bleef echter als pastoor werkzaam en droeg een tijdlang in het geheim de heilige mis op. Dit gebeurde met goedvinden en steun van de graaf van den Bergh. Volgens verhalen die rond 1870 nog bij de Zeddamse bevolking bekend waren, gebeurde dit vaak in het struikgewas op de Galgenberg.

In 1675 gaven de Staten van Gelderland de katholieken toestemming eigen kerken in gebruik te nemen, op voorwaarde dat ze van buiten niet als kerk herkenbaar waren. De plaats moest zo gekozen worden dat de katholieken de protestanten niet in de weg liepen. De katholieken van Zeddam namen toen een schuur aan de Bovendorpsstraat tegenover de rosmolen in gebruik als kerkschuur. Het is niet bekend of dit een reeds bestaande schuur was, of dat deze voor dit doel werd gebouwd.

Als gevolg van wrijvingen met de apostolisch vicaris, die er geen voorstander van was dat kloosterlingen tot pastoor benoemd werden, verliep de zielzorg door broeder Jodocus niet zonder problemen. Zo mocht hij in 1681 niet dopen, en schreef hij in het doopboek: Hoc anno strictissime prohibitus sum ne baptizarum, ideo nomina in hoc libro non apponitur; het is mij dit jaar streng verboden te dopen, daarom heb ik geen namen ingevoerd in dit boek.

Vanaf 1682 zijn er weer dopen genoteerd. Broeder Jodocus schreef toen: Hoc anno aliquater iteram in coepi baptizare, dit jaar ben ik op een of andere manier nog eens begonnen met dopen.

In 1686 werd broeder Jodocus door zijn gardiaan (overste) teruggeroepen naar het klooster in Elten. Hij werd opgevolgd door pastoor De Greef, die als seculier priester beter paste in het straatje van de apostolisch vicaris.

Bronnen