Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Dakvorm

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

In de beschrijvingen van monumenten en andere gebouwen in Bergh wordt vaak de dakvorm genoemd. Er bestaan wereldwijd veel verschillende dakvormen, waarvan er hier slechts enkele die in Bergh te zien zijn, besproken worden.

De benaming van de meeste dakvormen is afgeleid van de vorm of samenhang van de samenstellende dakvlakken ofwel dakschilden. Meestal heeft een dak twee of vier dakvlakken of -schilden. In het geval van twee dakvlakken dragen de zijmuren geen dakvlak.

De meest voorkomende dakbedekking zijn dakpannen van klei of beton, maar ook leisteen, hout, riet, koper of een ander metaal, bitumen, kunststof en glas worden hiervoor gebruikt.

In plaats van dak- wordt ook vaak kap- gezegd.

Dakvormen in Bergh

Zadeldak

Zadeldak.png

Het zadeldak in de eenvoudigste dakvorm. Het bestaat uit twee rechthoekige dakvlakken die rusten op tegenover elkaar staande muren. Dit zijn meestal de langste muren. De korte muren dragen geen dakvlakken en eindigen spits in een topgevel, die verschillende vormen kan hebben.

Van het zadeldak zijn meerdere van de onderstaande dakvormen afgeleid.

Berghse voorbeelden van gebouwen met een zadeldak zijn:

Schilddak

Schilddak.png

Het schilddak is afgeleid van het zadeldak door de beide uiteinden hiervan in te korten en op de korte zijden van het gebouw een driehoekig dakschild te plaatsen. Op elk van de lange zijden resteert zo een trapeziumvormig dakschild.

Berghse voorbeelden van gebouwen met een schilddak zijn:

Wolfsdak

Wolfsdak.png

Het wolfsdak of wolfdak is een tussenvorm van het zadeldak en het schilddak. Het wordt ook wel zadeldak met wolf(s)einden genoemd. De wolfseinden zijn de driehoekige dakvlakken boven de zijmuren, die op dezelfde manier gevormd zijn als de driehoekige dakvlakken van een schilddak. De uiteinden van de grote dakvlakken zijn echter minder afgeknot dan bij een schilddak, zodat de onderkant van de wolfseinden hoger ligt dan de onderkant van de grote dakvlakken.

Berghse voorbeelden van gebouwen met een wolfsdak zijn:

Tentdak

Tentdak.png

Het tentdak, ook wel paviljoendak, puntdak of piramidedak genoemd, is een extreme vorm van het schilddak, die vooral wordt toegepast op vierkante gebouwen. Op elke zijde staat een driehoekig dakvlak, dat met de andere drie dakvlakken bovenaan in één punt samenkomt. Op de top staat vaak een piron.

Berghse voorbeelden van gebouwen met een tentdak zijn:

Een tentdak kan afgeknot zijn. Het heeft dan het aanzicht van een schilddak, maar de dakvlakken komen aan de bovenkant niet bij elkaar. Het midden van het dak is dan plat.

Mansardedak

Mansardedak.png

Het mansardedak lijkt op het zadeldak, maar heeft in beide dakvlakken een knik. Daardoor is deze dakvorm wellicht beter bekend als de gebroken kap.

Het mansardedak heeft zijn naam te danken aan de 17e-eeuwse Franse architect François Mansart, die veel gebouwen met een gebroken kap heeft ontworpen. De vorm mansartdak komt zodoende ook voor, alsook (naar het land van herkomst) Franse kap.

Berghse voorbeelden van gebouwen met een mansardedak zijn:

Kegeldak

Kegeldak.png

Een dak in vorm van een kegel komt vaak voor op ronde middeleeuwse torens, zoals op de ronde toren die op het voorhof van Huis Bergh staat. Deze toren is tevens een goed voorbeeld van een Rijndak.

Combinaties van dakvormen

Op veel gebouwen zijn verschillende dakvormen gecombineerd.

  • Op De Bleek 8 in 's-Heerenberg zijn twee schilddaken zodanig in elkaar geschoven dat het er op een van de hoeken aan de achterkant uitziet als een tentdak.
  • Emmerikseweg 4 in 's-Heerenberg heeft een tentdak met de knik van een mansardedak.
  • Het Meestershuus in Zeddam combineert een zadeldak met een wolfsdak.

Bronnen