Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Johanna Josepha van Hohenzollern-Bergh

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Haar jeugd

Johanna Josepha's doopakte, waar de naam van haar peetoom, Josephus, naderhand is tussengevoegd. Opvallend is dat zijn titel van erfkamerheer van het Heilige Roomse Rijk ook wordt vermeld (Archicamerarius).
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Johanna Josepha Antonia van Hohenzollern-Bergh was van 1781 tot 1787 gravin van Bergh. Zij werd op 14 april 1727 geboren op Huis Bergh als oudste kind van Frans Willem van Hohenzollern-Bergh en Maria Catharina Truchsess van Waldburg-Zeil. Dezelfde dag werd zij in de slotkapel van Huis Bergh gedoopt. Als peetouders werden daarbij genoteerd haar vaders oudste broer Joseph vorst van Hohenzollern-Sigmaringen en haar grootmoeder Johanna van Montfort.

Na de brand op Huis Bergh in 1735 verhuisde zij met haar ouders, haar broer Johan Baptist en haar zus Maria naar het kasteel in Boxmeer. Kort daarop, in 1737 en 1739, overleden daar haar ouders, waarna ze met haar zus naar de abdij van Remiremont (Nederlands naam: Reimersberg) in de Vogezen werd gebracht, waar een tante van hun moeder, Maximiliana Truchsess van Waldburg-Zeil (16651743), stiftsdame was. Daar kregen zij hun verdere opvoeding. De bisschop van Roermond, monseigneur Franciscus Ludovicus Sanguessa, was in haar vaders testament aangewezen als voogd voor zijn drie kinderen.

Uiterlijk in 1746 was zij weer in Nederland, waar zij bezoek kreeg van haar neef Karel Frederik van Hohenzollern-Sigmaringen. Hij was toen op rondreis door Europa.

Haar huwelijksdag

Op 2 maart 1749 trouwde zij op het kasteel Kail met haar neef Karel Frederik. Het huwelijk werd ingezegend door een broer van haar moeder, Karel Ernst graaf Truchsess van Waldburg-Zeil (17001750), die na het overlijden van bisschop Sanguessa voogd is geweest van haar broer (en mogelijk ook van haar zus en haarzelf). In 1749 was de oom domheer van de kathedraal van Keulen en voordien ook van de kathedraal van Straatsburg. De aartsbisschoppen van Trier en Konstanz hadden het bruidspaar na een opdracht tot onderzoek van paus Benedictus XIV dispensatie (ontheffing) verleend van het verbod op huwelijken tussen neef en nicht.

Er bestaat verwarring over de datum en de plaats van Johanna Josepha's huwelijk. Van Schilfgaarde noemt in zijn toelichting bij het Archief van Huis Bergh uit 1932 de datum van 2 maart. Hij beroept zich daarbij zonder toelichting op een opgave van het archief in Sigmaringen. In zijn boek Het Huis Bergh uit 1950 staat dezelfde datum. Hedendaagse internetbronnen houden het ook op 2 maart. Oudere bronnen, zoals de twee woordenboeken genoemd onderaan deze pagina, geven echter de datum 24 februari 1749. Een gewaarmerkt afschrift uit 1877 van de huwelijksakte, die in Sigmaringen bewaard wordt, zegt 23 februari 1749. Mogelijk is 2 maart de datum waarop het huwelijk in Sigmaringen geregistreerd werd.

De plaats van het huwelijk situeerde Van Schilfgaarde in 1932 in het groothertogdom Luxemburg. In 1950 voegde hij toe dat het plaatsvond in "het kasteel Kayl in Luxemburg, toebehoorende aan Theodore François de Paule de Custine, graaf van Wiltz". Ongetwijfeld woonde de graaf van Wiltz op het kasteel Kayl in Luxemburg, maar het huwelijk is voltrokken op het kasteel Kail bij Oberkail in de Eifel. Dit blijkt uit bovengenoemd afschrift, dat spreekt over Oberkail in het bisdom Trier. De oude spellingen Kaijl en Kayl naast Kail zullen Van Schilfgaarde op het verkeerde spoor hebben gezet. De vraag blijft waarom het huwelijk op kasteel Kail is voltrokken. Wellicht omdat het halverwege Bergh en Sigmaringen lag, zodat bruid en bruidegom even ver van huis trouwden.

In Sigmaringen en Boxmeer

Na haar huwelijk ging Johanna Josepha met haar man in Sigmaringen wonen. Net als haar overgrootmoeder Maria Clara was zij met een van Hohenzollern-Sigmaringen getrouwd zonder de bedoeling de Berghse bezittingen ooit in handen van dat geslacht te laten overgaan. Dat dreigde toch te gebeuren toen hun respectievelijke broers, de regerende graven Oswald III en Johan Bapist, kinderloos bleven. Graaf Oswald III had op tijd maatregelen getroffen die in 1712 het Huis van Hohenzollern-Bergh lieten ontstaan, maar graaf Johan Baptist was tot zoiets niet in staat. Johanna Josepha was erfgename van haar broer, zodat Bergh bij haar overlijden in handen zou komen van de vorsten van Hohenzollern-Sigmaringen. Toen dat in 1787 gebeurde, kreeg het niet zo rijke vorstendom er heel wat grond en inkomsten bij.

Haar man was als erfprins (troonopvolger) van Hohenzollern-Sigmaringen erg bezorgd over het gedrag van zijn zwager Johan Baptist, de graaf van Bergh. Als de Dolle Graaf kinderloos bleef, zouden hij en zijn vrouw Bergh in financieel verwaarloosde staat erven. Na de arrestatie van Johan Baptist in 1757 – die vervolgens de rest van zijn leven in gevangenschap heeft doorgebracht – zijn Johanna Josepha en haar man als zijn plaatsvervangers opgetreden. Ondanks hun zorgen om Johan Baptist zijn Johanna Josepha en haar man voor zover bekend tot diens overlijden in 1781 nooit in Bergh geweest. Hierbij moet opgemerkt worden dat volgens sommige bronnen haar dochter Johanna Francisca Antonia op 3 mei 1765 in 's-Heerenberg zou zijn geboren. Als dat klopt, was zij rond die tijd in Bergh.

Na de dood van haar broer in 1781 is Johanna Josepha nog zes jaar regerend gravin van Bergh geweest. Die jaren heeft ze vooral doorgebracht op het kasteel in Boxmeer, waar zij in 1782 met een van haar dochters aankwam. Die dochter was vermoedelijk haar jongste, Maria Crescentia, die toen nog ongetrouwd was. Het vervallen kasteel liet zij ingrijpend verbouwen.

Niet lang nadat de verbouwing gereed was, is zij naar Sigmaringen teruggekeerd. Al voor ze naar Boxmeer was gegaan – vermoedelijk in 1769, het jaar van haar mans ambtsaanvaarding als vorst – hadden zij en haar man ieder een eigen kasteel betrokken. Haar man woonde op Krauchenwies, twaalf kilometer ten zuiden van Sigmaringen. Zelf woonde zij op een kasteeltje in Langenenslingen (spreek Langen Enslingen), dat vijftien kilometer ten noordoosten van Sigmaringen in een Hohenzollernse exclave lag. Het kasteeltje, ofwel Schlößle, uit de zestiende eeuw is tegenwoordig het gemeentehuis van Langenenslingen. Ondanks deze fysieke verwijdering bleef het contact tussen de echtlieden bestaan.

Johanna Josepha's overlijdensakte, waarin als haar derde doopnaam Sophia staat in plaats van Antonia. Ze is na tien dagen gestorven aan een galaandoening gepaard gaande met hoge koorts.

Johanna Josepha overleed in Langenenslingen op 22 februari 1787. In het dodenboek van het Boxmeerse karmelietenklooster is naderhand opgetekend: 22 Februarii obiit in Suevia principessa nostra Joanna – Op 22 februari stierf in Zwaben onze prinses Johanna. Ze is op twee maanden na zestig jaar oud geworden.

Zij werd opgevolgd door haar zoon Anton Alois, die al sinds het overlijden van zijn vader in 1785 regerend vorst van Hohenzollern-Sigmaringen was. Na het overlijden van zijn moeder werd hij de eerste graaf van Bergh uit het Huis van Hohenzollern-Sigmaringen. Het Huis van Hohenzollern-Bergh was al na drie graven (uit twee generaties) uitgestorven.

Haar kinderen

Johanna Josepha kreeg twaalf kinderen, van wie er maar drie volwassen werden; één zoon (de latere graaf van Bergh) en haar twee jongste dochters. Al haar kinderen zijn in Sigmaringen geboren – alleen van nummer 11 vermelden Nederlandse internetbronnen (in tegenstelling tot Duitse) 's-Heerenberg als geboorteplaats. Nader onderzoek kan hier duidelijkheid verschaffen. Als het kind in 's-Heerenberg is geboren, is Johanna Josepha in elk geval in 1765 in Bergh geweest

  1. Frederik Joseph Fidelis Anton (1750–1750)
  2. Johan Baptist Frederik Fidelis (1751–1751)
  3. Anton Joachim Georg Frans (1752–1752)
  4. Fidelis Joseph Anton Frans (17531754)
  5. Maria Francisca Anna Antonia (1754–1755)
  6. Joachim Adam (1755–1756)
  7. Joseph Frederik Fidelis (17581759)
  8. Frans Konrad Maria Fidelis (17611762)
  9. Anton Alois Meinrad Franz
  10. Fidelia Theresia Carolina Crescentia (1763–1763)
  11. Johanna Francisca Antonia (1765–1790), trouwde in 1781 met Frederik III vorst van Salm-Kyrburg, die op 25 juli 1794 in Parijs onder de guillotine werd onthoofd.
  12. Maria Crescentia (1766–1844), trouwde in 1807 Frans Xaver Fischler, graaf van Treuberg

Bronnen