Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Kamp, Herta

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een getuigenisblad in het Hebreeuws van Yad Vashem met de gegevens over Herta Kamp, in 1977 ingevuld door haar broer Josef Erik.
Klik voor een vergroting

Herta Kamp werd op 16 oktober 1912 geboren in Nideggen bij Düren (D) als dochter van Abraham Kamp en Rosalie Cahn. Zij had een broer, Josef Erik, en waarschijnlijk een zuster. Van Nideggen verhuisde het gezin naar Gürzenich, een stadsdeel van Düren. Toen aan het eind van de jaren dertig de situatie voor Joden in Duitsland steeds moeilijker werd, is zij met haar ouders naar Nederland gevlucht. Daar woonden zij eerst in Den Haag en later in 's-Heerenberg op het adres Kellenstraat 27.

Herta was geestelijk gehandicapt, maar heeft steeds bij haar ouders gewoond tot zij, waarschijnlijk in 1942, verhuisde naar Het Apeldoornsche Bosch. Dit was een grote Joodse psychiatrische inrichting aan de Zutphensestraat in Apeldoorn. Er was officieel plaats voor 762 patiënten, maar dit aantal werd kort voor de oorlog ruimschoots overschreden door de komst van vluchtelingen uit Duitsland. In de oorlog steeg het aantal nog verder doordat Joodse patiënten niet meer in niet-Joodse instellingen verpleegd mochten worden. Ook de verwachting dat de Joden in het Apeldoornsche Bosch niet gedeporteerd zouden worden, dreef het aantal patiënten op. Mogelijk was dit laatste de reden dat Herta daar is terechtgekomen. Uiteindelijk waren er 1181 patiënten.

In 1942 verordende de bezetter dat niet-Joden niet meer in het Apeldoornsche Bosch mochten werken. Het plotselinge personeelstekort dat hierdoor ontstond, werd snel aangevuld doordat veel Joden zich aanmeldden als leerling-verplegers en -verpleegsters. In 1943 waren er 330 personeelsleden. Een van hen was Sara Straus.

Het Apeldoornsche Bosch bleek echter geen veilige haven te zijn. In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werd de inrichting op ruwe wijze door de Duitsers ontruimd. Het overgrote deel van de patiënten, waaronder Herta, en vijftig personeelsleden, waaronder Sara Straus, werden met een goederentrein van veertig wagons via Westerbork naar Auschwitz gebracht. Meteen bij aankomst op 25 januari 1943 werd iedereen vermoord. Niemand heeft dit transport overleefd. Herta was bij haar dood dertig jaar oud.

Herta wordt met haar ouders herdacht op het oorlogsmonument in 's-Heerenberg. Verder wordt zij vermeld in het Digitaal Monument van de Joodse Gemeenschap, het Slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting en Yad Vashem's Central Database of Shoah Victims' Names.

Het overlijden van haar beide ouders (die op 23 juli 1943 in Sobibor omkwamen) is in 1950 in de gemeente Bergh ingeschreven, maar van Herta is hier geen overlijdensakte. Haar broer en vermoedelijke zuster hebben de oorlog overleefd.

De reden dat er van Herta geen overlijdensakte is, is waarschijnlijk dat er noch bij het vertrek uit Apeldoorn noch bij de aankomst in Auschwitz een namenlijst is opgesteld. Na de oorlog werd daarom algemeen verondersteld dat de namen van de gedeporteerde patiënten en personeelsleden van Het Apeldoornsche Bosch niet meer te achterhalen waren. In 2012 bleek echter dat in het Stadsarchief van Amsterdam een kaartenbestand met de namen van alle patiënten van Het Apeldoornsche Bosch aanwezig was. De Stichting Joods Apeldoorn en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork hebben toegang tot dit bestand gekregen en, na zorgvuldige controle en onderzoek, een lijst gereconstrueerd met de namen van 1069 patiënten en leden van het verplegend personeel. Deze lijst is op 21 januari 2013, precies zeventig jaar na de ontruiming van Het Apeldoornsche Bosch, gepresenteerd. Herta Kamp en Sara Straus staan allebei op deze lijst.


Bronnen