Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Kasteel Raesfeld

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Kasteel Raesfeld.jpg

Kasteel Raesfeld is een kasteel bij Raesfeld, niet ver van Borken in Duitsland. Als eerste bezitter – van wat toen nog een hofstede was – wordt Rabodo I van den Bergh genoemd. Door zijn huwelijk in het midden van de twaalfde eeuw met een dochter uit het geslacht Van Gemen was de toenmalige hofstede in het bezit van de heren van Bergh gekomen.

In 1259 verkocht Adam I van den Bergh de hofstede aan zijn verre neef Simon van Gemen. In de verkoopakte wordt de hofstede Rabodinghof genoemd. Simon bouwde de hofstede om tot een waterburcht. Ook Huis Bergh is een waterburcht. Een van de wegen die tegenwoordig naar kasteel Raesfeld leiden, heet Rabodoweg.

In de verkoopakte noemt heer Adam I zijn vader heer Hendrik en zijn grootvader heer Rabodo II met naam. De eerste bezitter, zijn overgrootvader heer Rabodo I, noemt hij niet.
De Latijnse tekst van de verkoopakte luidt:



Nos Adam nobilis vir de Berge omnibus ad quos presens scriptum pervenerit salutem in Christo Jesu.
Universis hanc litteram inspecturis significandum duximus, quod nos vendidimus domno Symoni militi cognato nostro de Geymen curiam in Rasvelde, vulgariter Rabodinghof dictam, que propria et libera fuit avi nostri domni Rabodonis et patris nostri domni Henrici, et quam pro proprio allodio nostro possedimus cum civili iure quod vulgariter burgerichte dicitur eidem curie attinente usque in diem, qua prefatam curiam et ipsius ius civile vendidimus domno Symoni cognato prenotato pro nostra et nostrorum avorum libera et propria hereditate. Quod si forte domnus Monasteriensis episcopus vel alius quispiam non crediderit, quod prefata curia et eius ius civile nostri avi et patris et etiam nostrum proprium et liberum allodium non fuerit, nos cum XXV militibus volumus optinere, quod prefata curia et ius civile ipsi curie attinens nostrum et nostri avi et patris liberum allodium fuerat, usque in diem, qua sepedictam curiam et ipsius curie ius civile vendidimus domno Symoni supra dicto, dummodo domnus Monasteriensis episcopus nobis et omnibus iuramento nostro utilem ad locum quem contingere possumus eundo et redeundo conductum firmum prestiterit et securum. (Anno) M°. CC°. LIX°



Vetaling:
Wij Adam edele heer van Bergh, allen aan wie het hier aanwezige schrijven zal toekomen gegroet in Jezus Christus.
Aan alle degenen die deze oorkonde zullen zien geven wij te kennen dat wij hebben verkocht aan de heer Simon, ridder en onze bloedverwant van Gemen, het hof in Raesfeld, in de volksmond Rabodinghof geheten, dat eigengoed en vrij is geweest van onze grootvader Rabodo en onze vader heer Henricus, en dat wij als ons eigen eigengoed bezitten met buurrecht dat in de volksmond burgerichte wordt genoemd, hetzelve hof houdend tot vandaag, dat voorgenoemd hof en het burgerlijk recht van hetzelve hebben wij verkocht aan de heer Simon voorgenoemde bloedverwant als ons en van onze voorvaderen vrij en eigen erfgoed. Mocht de heer bisschop van Münster of welke andere ook niet hebben geloofd dat voornoemd hof en zijn buurrecht van onze grootvader en vader en ook ons eigen en vrije eigengoed is geweest, wij met 25 ridders willen bewijzen dat voornoemd hof en het buurrecht aan hetzelve hof toebehorend ons en van onze grootvader en vader vrij eigengoed was geweest tot vandaag, dat veelgenoemd hof en van hetzelve hof het buurrecht hebben wij verkocht aan de heer Simon boven genoemd, zolang als de heer bisschop van Münster aan ons en aan allen naar onze eed zal toestaan ter plaatse het gebruik uit te oefenen van een vaste en veilige geleide aan het gaande en teruggaande. (In het jaar) 1259

Met de laatste zinsnede (…een vaste en veilige geleide aan het gaande en teruggaande.) wordt mogelijk het geleiderecht bedoeld. Dit gaf een landheer het recht reizigers tegen betaling bescherming te verlenen tijdens de doortocht door zijn gebied. Van hun kant mochten de reizigers het geleide niet weigeren.

Bronnen

  • Schloss Raesfeld op Wikipedia
  • Westfälisches Urkundenbuch, Dritter Band: Die Urkunden des Bisthums Münster von 1201–1300, Dr. Roger Wilmans, Münster (1871), blz. 343–344 (op Google Books)