Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Necrologium van Elten

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 27 nov 2018 om 17:43 (Nieuwe pagina aangemaakt met '== Wat is het? == Het '''Necrologium van Elten''' is een 15e-eeuws register waarin de namen van overledenen van het Stift Elte...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Wat is het?

Het Necrologium van Elten is een 15e-eeuws register waarin de namen van overledenen van het Stift Elten per dag van het jaar werden ingeschreven. Een dergelijk doden- of zielenboek vormt zo een kerkelijke kalender aan de hand waarvan het stift zijn doden op hun sterfdag in een kerkdienst kon herdenken. Het Necrologium is tevens een heiligenkalender en ook de hoogfeesten staan erin vermeld. Een andere naam voor necrologium is liber memoriarum.

Het Necrologium gaat terug tot de dood van Liutgard I van Hamaland, de eerste abdis van het Stift Elten, die in 995 overleed. Aangenomen moet dus worden dat er een oudere versie van het Necrologium heeft bestaan dat, wellicht omdat het versleten was, in de 15e eeuw in een nieuw boek is overgeschreven. Mogelijk is ook dat in die vier voorgaande eeuwen meerdere versies elkaar hebben opgevolgd. Daarvan is er echter niet een bewaard gebleven.

Het dodenregister is in het Latijn geschreven, maar het wordt voorafgegaan door een aantal documenten die in het Middelnederlands zijn geschreven. Dit zijn de testamenten van de abdissen Lucia van Kerpen (overleden in 1433) en Elza van Holzate (overleden in 1402) en de kosteres Veronica van Lymborch, dochter toe Styrum (overleden in 1583). Hierna volgen twee overeenkomsten tussen abdis Veronica van Rijckestein en Wilhelm Beyer, en een overeenkomst tussen abdis Magareta van Manderscheid-Gerolstein en vier kanunniken.

In het dodenregister worden de dagen vermeldt volgens de Romeinse kalender, gevolgd door de heiligen wier naamdag het is en voor zover van toepassing het hoogfeest van die dag. Elke bladzijde bevat zes dagen, zodat er voldoende ruimte is om meerdere overledenen per dag in te schrijven.

Twee exemplaren

Van het 15e-eeuwse Necrologium van Elten bestaan (minstens) twee exemplaren. Over de verblijfplaats van een daarvan bestaat geen twijfel: Jan van Heek heeft het in 1925 van de Haagse uitgeverij Martinus Nijhoff gekocht, en sindsdien maakt het deel uit van de kunstverzameling van Huis Bergh. Hoe Nijhoff aan het boek was gekomen, wordt niet verteld, maar het is aangelegd ten tijde van abdis Agnes van Bronckhorst (14431475).

Het andere exemplaar is wat eerder aangelegd, maar wel gelijktijdig met dat van Van Heek bijgehouden. De Leidse hoogleraar theologie Nicolaas Christiaan Kist (17931859) heeft het in augustus 1842 in Emmerik gekocht, toen daar de nalatenschap werd geveild van de laatste stiftsdame, Christina van Salm-Reifferscheidt-Bedburg. Zij was op een paar dagen na 69 jaar toen zij op 8 april 1842 overleed. Het stift was al in 1811 opgeheven.

Naast het Necrologium kocht Kist ook een Eltens tijnsboek. Hierin werd de tijns of cijns ingeschreven, de pacht die bewoners van Eltense bezittingen moesten betalen voor het gebruik voor grond, huizen, molens, boerderijen en dergelijke, en ook voor rechten als jacht- of visrecht. In 1853 publiceerde Kist Het necrologium en het tynsboek van het adelijk jufferen-stift te Hoog-Elten, waarin hij beide boeken uitgebreid beschrijft.

Na de dood van Kist in 1859 werden zijn necrologium en tijnsboek door een buitenlandse koper gekocht – naar verluidt door de Russische regering. In elk geval heeft de Belgische germanist Willem De Vreese (18691938) het tijnsboek in 1910 gezien in het archief van het Russische ministerie van buitenlandse zaken. De Vreese was in Moskou in het kader van zijn speurtocht naar werken in het Middelnederlands, die hij van plan was in een groot werk te verzamelen en te beschrijven. Of hij in Moskou het Necrologium ook gezien heeft, is niet bekend, zodat onzeker is of het zich daar (nog) bevindt.

De verschillen

Professor Kist is de enige die zijn exemplaar van het Necrologium heeft kunnen bestuderen. Sinds zijn dood heeft zich niemand gemeld die beweert het boek gezien te hebben. Zolang het nergens opduikt, is Kists beschrijving daarom de enige die voorhanden is. Wel bevat zijn boek een facsimile van de eerste bladzijde, zodat men zich althans een indruk van het handschrift kan vormen.

Jan van Heek heeft zijn exemplaar al kort na de aankoop beschikbaar gesteld aan de jurist en archivaris Robert Fruin (18571935). Fruin heeft het vergeleken met Kists beschrijving van het andere exemplaar en zijn bevindingen in 1926 onder de titel De kalender der Eltensche abdij gepubliceerd in het Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht.

Fruin vond een aantal verschillen tussen de twee exemplaren, waarbij hij een slag om de arm houdt, omdat hij het origineel van Kists exemplaar niet kon inzien, behalve de eerste bladzijde daarvan. Al bij vergelijking daarvan met de eerste bladzijde van Van Heeks exemplaar kon Fruin vaststellen dat Kist bij zijn beschrijving fouten heeft gemaakt. Op grond hiervan is Fruin niet overtuigd van de betrouwbaarheid van Kists werk. Zo maakte Kist fouten in het Latijn, die hij, ook als hij letterlijk citeerde, op zijn minst had moeten becommentariëren. Hetzelfde geldt voor dagen die bij Kist ontbreken, maar in Van Heeks exemplaar wel opgenomen zijn.

Hoe ziet het eruit?

Het Necrologium in de kunstverzameling van Huis Bergh is nog vrijwel volledig intact; alleen de rug is ooit gerestaureerd. Aan de achterkant (het achterplat) van de boekband is een ketting bevestigd waarmee het boek aan een lessenaar of lectrijn kan worden vastgelegd. Dit moest diefstal voorkomen, want handgeschreven boeken waren uniek en daarom veel meer waard dan de latere gedrukte boeken. Ze werden ook niet staande naast elkaar bewaard, maar plat naast elkaar op een lectrijn, zodat ze altijd klaarlagen om gelezen te worden.

De boekband van bruin bewerkt leer is op het voorplat beslagen met vier koperen knoppen en op het achterplat met zes knoppen. De ketting aan het achterplat is hierboven al genoemd. Op de hoeken zitten hoekbeschermingen. Met twee sloten kan het boek letterlijk op slot gedaan worden.

Bronnen