Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Oswald III van den Bergh

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit portret van Oswald III hangt in het Karmelietenklooster in Boxmeer, dat in 1653 door zijn vader werd gesticht. Op de achtergrond is de toren van Huis Bergh afgebeeld.

Zijn jeugd

Oswald III van den Bergh was van 1689 (formeel van 1674) tot 1712 de laatste graaf van Bergh uit het Huis Van der Leck. Vanaf het aantreden van graaf Otto in 1416 heeft dit geslacht drie eeuwen geregeerd.

Graaf Oswalds voornamen luidden voluit Albert Oswald Frans. De naam Oswald kwam in het geslacht Van den Bergh vaker voor. Klik hier voor een overzicht.

Hij werd op 5 september 1646 geboren in Boxmeer als vierde kind en tweede zoon van Albert van den Bergh en Madeleine de Cusance. Zijn ouders hebben hem niet meteen laten dopen, maar omdat hij niet gezond was, moest dit op 4 oktober overhaast gebeuren. De uitvoering van de plechtigheid was daardoor onvolledig, zodat hij op tien jaar later, 24 september 1656, nog een keer werd gedoopt.

Oswald heeft een groot deel van zijn tienerjaren in de Zuidelijke Nederlanden doorgebracht. In 1659 en 1660 was hij in Brussel, het centrum van de Zuidelijke Nederlanden. Later studeerde hij samen met zijn jongere broer Willem Leopold enige jaren aan de Hogeschool in Leuven. Er zijn geen gegevens voorhanden over het onderwerp van zijn studie, maar rond 1669 trok hij weer bij zijn moeder in en woonde afwisselend in 's-Heerenberg en Boxmeer.

Een verijdelde aanslag

Kort na graaf Oswalds terugkeer uit Leuven kon een aanslag op zijn leven ternauwernood worden voorkomen. Op maandag 4 maart 1669 was de 22-jarige met zijn moeder en nog enkele mensen naar de paardenmarkt in Elten geweest. Op de terugweg naar ˈs-Heerenberg werd hun koets bij Stokkum ingehaald door ongeveer acht ruiters onder leiding van jonker Van Lottum. Waarschijnlijk was dit Philipp Karl von Wylich und Lottum (16501719), die halverwege Emmerik en Rees op het slot Hueth woonde.

Jonker Van Lottum had problemen met de grafelijke familie en wilde die, zo lijkt het, onder dreiging met een vuurwapen oplossen. Eerst richtte hij zijn pistool op de koetsier onder het roepen van: "Holt, holt!" Toen die doorreed richtte hij zijn wapen op graaf Oswald, die bij het portier zat. De dames in de koets barstten daarop in een luid gekrijs uit. Een van Van Lottums metgezellen, ene Johan Cours, probeerde zijn baas toen te stoppen door een pistool op hem te richten, maar er ontstond een worsteling. Die eindigde toen ene Van Gent, die eveneens tot het gevolg van de jonker behoorde, zijn baas diens pistool afpakte. Graaf Oswald en zijn gezelschap kwamen daardoor met de schrik vrij.

Bovenstaande reconstructie is gebaseerd op vier getuigenverklaringen die in het Archief Huis van Bergh bewaard worden. De getuigen woonden in ˈs-Heerenberg en waren op 4 maart net als graaf Oswald en zijn gevolg naar de Eltense paardenmarkt geweest. Hun namen waren Johan Wessels, Hendrick van Herberden, Derick Poers en Reint Reinsen. Wessels verklaarde dat hij nog van zijn paard was gesprongen en Van Lottum met een stok had willen tegenhouden,maar door het optreden van de jonkers eigen mensen was dat niet meer nodig geweest. Tijdens het incident was er het een en ander gezegd, maar dat hadden de getuigen niet kunnen verstaan, omdat er vooral Frans gesproken werd.

Regerend graaf van Bergh

Twee maanden voor zijn tweede doop in 1656 was zijn vader overleden. Oswalds drie jaar oudere broer Frederik Frans was de opvolger, maar omdat die nog minderjarig was, trad zijn moeder op als regentes. Frederik Frans overleed al in 1661, achttien jaar oud, waarmee de rechten van opvolging overgingen op Oswald. De rechten van de heerlijkheden Boxmeer en Diksmuide, die ook Berghs bezit waren, gingen echter over op Oswalds jongere broer Willem Leopold, maar toen die in 1673 overleed, kreeg Oswald deze heerlijkheden ook.

Bij het overlijden van Frederik Frans in 1661 was Oswald vijftien jaar en nog minderjarig, zodat zijn moeder regentes bleef. Toen hij meerderjarig werd, wilde zij echter geen afstand doen van haar regentschap. Dit zorgde, naast de financiële problemen die er al waren, voor veel onenigheid tussen moeder en zoon. In 1674 had Oswald er, na een ernstige ziekte, genoeg van en nam het graafschap Bergh tegen zijn moeders wil formeel in bezit. Hij was toen al 28 jaar. Pas nadat zijn moeder in 1689 overleed, kon hij zich ongestoord graaf van Bergh noemen.

Reizen in Nederland en Frankrijk

Twee jaar voordat hij Bergh formeel in bezit nam, had hij zijn politieke oriëntatie laten blijken. Hij was namelijk de eerste en enige van de graven van Bergh die zich – ondanks zijn eerdere verblijf in Brussel en Leuven – niet op de Zuidelijke Nederlanden en Duitsland richtte, maar op Den Haag. In januari 1672 (het Rampjaar en het begin van de Franse Oorlog) bezocht hij die stad om zijn diensten aan te bieden aan de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Op de terugweg reisde hij met de nieuwe stadhouder Willem III naar de vesting Wesel om die samen met hem te inspecteren.

Ondanks zijn steun aan de Republiek, reisde graaf Oswald datzelfde jaar met zijn moeder en zijn broer Willem Leopold naar Frankrijk, het land waar zijn moeder vandaan kwam. Zij reisden met hun gevolg op een paspoort dat op 20 juni 1672 in Doesburg was afgegeven door de Franse koning Lodewijk XIV persoonlijk. De Zonnekoning was daar enkele dagen eerder aangekomen op zijn veldtocht tijdens de Franse Oorlog. In 1678 (zijn broer Willem Leopold was inmiddels overleden) is Oswald nog een keer met zijn moeder en gevolg naar Frankrijk geweest. Zij reisden toen op een paspoort dat namens (niet door) Lodewijk XIV in Maastricht was afgegeven.

Zijn huwelijk en overlijden

De vermelding in 17e-eeuwse aantekeningen van het huwelijk tussen graaf Oswald III en gravin Leopoldina.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Graaf Oswald was al veertig jaar oud toen hij op 31 december 1686 op kasteel Rietberg in Westfalen trouwde met de 37-jarige Maria Leopoldina gravin van Oostfriesland-Rietberg. Een maand later, op 28 januari 1687, kwam hij met "deszelfs gemalinne" aan in 's-Heerenberg. Hoewel beide moeders toen nog leefden, lijkt het er niet op dat het huwelijk gearrangeerd was. Daarvoor waren man en vrouw op hun trouwdag wel te oud.

Het huwelijk van Oswald en zijn vrouw is kinderloos gebleven. Om het zelfstandig voortbestaan van het graafschap Bergh veilig te stellen liet Oswald in 1699 op Huis Bergh een testament laten opstellen waarin hij zijn toen 21-jarige neef (oomzegger) Frans Hendrik van Hohenzollern-Sigmaringen, domheer in Keulen, als erfgenaam aanwees. Frans Hendrik was de tweede zoon van zijn zuster Maria Clara. Op 19 juni 1712 liet hij een nieuw testament opstellen, waarin hij bepaalde dat zijn rechten moesten overgaan op Frans Willem van Hohenzollern-Sigmaringen, Maria Clara's tweede kleinzoon (zijn vader was Maria Clara's oudste zoon Meinrad Karl Anton). Daarbij werden enkele eisen gesteld. De kleinzoon moest in de Nederlanden komen wonen (wat hij deed), het wapen van Bergh gaan voeren (dit werd een combinatie met het wapen van Hohenzollern), en hij moest de naam van de graven van Bergh aannemen (wat Hohenzollern-Bergh werd). Daarmee werd het nieuwe grafelijke Huis Hohenzollern-Bergh gesticht. Aangezien Frans Willem in 1712 pas zeven jaar oud was, werd Oswalds weduwe regentes voor de kleinzoon van haar schoonzuster. Zij nam ook zijn opvoeding over. Na haar overlijden in 1718 nam Frans Willems moeder het regentschap over tot diens meerderjarigheid.

Oswalds testament van 19 juni 1712 was zijn tweede en werd ook zijn laatste. De volgende dag overleed hij 's middag om drie uur op Huis Bergh. Hij is 66 jaar oud geworden. Het zou voor de hand liggen hem bij te zetten in de grafelijke grafkelder in 's-Heerenberg, ware het niet dat de kerkenraad al in 1668 besloten had het afdak over deze grafkelder en de halve kerk wegens bouwvalligheid af te breken. Hij werd daarom op 22 juni begraven in de kerk in Boxmeer, naast zijn vader Albert en zijn moeder Madeleine. Met hem was na drie eeuwen het Huis Van der Leck in de mannelijke lijn uitgestorven.


Grote schulden

De medaillons voorstellende Oswald III (links) en zijn vrouw.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Oswald III had grote schulden van zijn ouders geërfd, die vooral waren ontstaan door de vele rechtszaken waarin zij betrokken waren geweest. Dit weerhield hem er niet van in grote luxe te leven, zodanig dat zijn schulden stegen van 92.000 gulden in 1674 tot 697.000 gulden bij zijn overlijden in 1712. Ze waren met name ontstaan door de vele verbouwingen die hij aan zijn kastelen had laten uitvoeren en aan de levensstijl die hij erop nahield. Er wordt wel beweerd dat hij die te danken had aan de invloed van zijn Franse moeder en zijn Franse leeftijdgenoot Lodewijk XIV. In elk geval was hij dankzij zijn studie in Leuven en bezoeken aan Frankrijk – het land van zijn moeder – een zeer gecultiveerde edelman geworden. Bovendien bouwde iedereen van naam in die tijd een paleis, zoals stadhouder Willem III, die rond 1690 paleis Het Loo lieten verrijzen. Natuurlijk liet ook Oswald een Franse tuin aanleggen.

Huis Bergh was zijn vaste residentie, waar hij met vorstelijke allure hof hield. Zo had hij er een valkenier en hofmuziekanten. Al bij aankomst konden gasten de portretten van hem en zijn vrouw zien in de vorm van twee medaillons in classicistische stijl die tot op de dag van vandaag ingemetseld zijn aan weerszijden van de poort naar de hoofdburcht. Ook van een ander grafelijk paar, Leopold en Antonia, zijn de portretten nog naast elkaar te zien in 's-Heerenberg. Het zijn weliswaar heel andere portretten, maar de combinatie van de namen Leopold en Leopoldina is een opmerkelijk toeval.

Oswald had ook schip, dat hem veel geld kostte en meestal in Emmerik afgemeerd lag, maar dat deerde hem niet. In 1692 liet hij bij Cornelis Potuyt in Ouderkerk a/d IJssel zelfs een nieuw schip bouwen (dat na zijn overlijden is verkocht). Voor zijn bezoeken aan Boxmeer had hij een koets die getrokken werd door zes Isabel-kleurige paarden. Zulke paarden hebben een lichtgele vacht en witte manen.

Zijn chronogrammen

Graaf Oswald moet een bijzondere interesse hebben gehad voor chronogrammen – al zullen meer mensen van zijn stand dat hebben gehad. Hij heeft er in Bergh minstens vier nagelaten.

Op het poortgebouw naar de hoofburcht van Huis Bergh

Zijn oudst bekende chronogram liet hij in 1679 aanbrengen op het poortgebouw naar de hoofburcht van Huis Bergh. Hij was toen 33 jaar oud en nog ongehuwd, maar had blijkbaar goede hoop op een nageslacht:

CoMes OsVVaLDVs sIbI et posterIs ereXIt

Deze zin Comes Oswaldus sibi et posteris erexit betekent: Graaf Oswald heeft deze poort voor zichzelf en zijn nakomelingen gebouwd. De rode letters geven opgeteld als Romeinse cijfers het jaar 1679.

Op de jachtkamer van hotel Montferland

Op de jachtkamer van hotel Montferland, die Oswald in 1699 liet bouwen, staan twee chronogrammen. Beide vormen het jaar 1699.

In het chronogram op de noordoostelijke muur zijn de woorden in elke regel gescheiden zijn door een dubbele punt:

CHRONODISTICON
rVDera:sI:pVDVIt
trIstesqVe:habItare:rVInas
en:noVa:strVCta:tIbI
regIa:pLVto:reDI.

Ofwel: Rudera si puduit tristesque habitare ruinas en nova structa tibi regia. Pluto redi. De vertaling van dit chronodisticon (een chronogram in de vorm van een distichon ofwel een tweeregelig vers) is: Als gij u geschaamd hebt (hier) in een puinhoop en trieste ruïne te wonen, zie dan: er is een nieuw paleis voor u gebouwd. Pluto, kom terug. De jachtkamer staat op de plek waar Oswalds voorvader graaf Willem IV al in de tweede helft van de zestiende eeuw een jachthuis had laten bouwen. Dit was in de loop der tijd vervallen geraakt en nu door Oswald vervangen door een nieuw gebouw. De opdracht aan Pluto, de Romeinse god van de onderwereld, is wellicht een verwijzing naar de lugubere sfeer uit de tijd van de ruïne.

Het chronogram op de noordwestelijke muur luidt:

C H R O N I C O N
thesaVrIs
eXCIsIs
osVVaLDVs Me
strVXIt.

De waarschijnlijke vertaling van CHRONICON. Thesauris excisis Oswaldus me struxit is: Chronogram. Nadat (hier) schatten waren uitgebroken, heeft Oswald mij laten bouwen. Deze cryptische formulering slaat waarschijnlijk op een schat die inwoners van 's-Heerenberg ter plaatse zouden hebben gevonden. Oswald eiste de schat op (hij was immers eigenaar van de grond) en ging naar de rechter om zijn gelijk te krijgen. Bij gebrek aan bewijs dat de schat ooit had bestaan, gingen de beschuldigden ook in hoger beroep vrijuit. Oswald bleef niets anders over dan zijn onvrede uit te drukken in een chronogram.

Boven de ingang van de jachtkamer zijn de wapens van Oswald en van zijn vrouw aangebracht.

Boven het ingangsportaal van Huis Bergh

Boven de ingang van het hoofdgebouw van Huis Bergh staat een chronogram uit 1701 waarin zowel zijn eigen voornaam als die van zijn vrouw gebruikt wordt.

Deo faVente OsVVaLDVs et LeopoLDIna eXstrVXerVnt.

Deze zin Deo favente Oswaldus et Leopoldina extruxerunt betekent: Met Gods gunst hebben Oswald en Leopoldina dit gebouwd. De rode letters geven opgeteld als Romeinse cijfers het jaartal 1701.

Dit chronogram komt van een lijst van acht Latijnse chronogrammen die in het archief van Huis Bergh wordt bewaard. Ze hebben allemaal met hetzelfde onderwerp en verwijzen allemaal naar het jaar 1701.

Zijn verdere zichtbare nalatenschap

Oswald heeft veel tijd doorgebracht in 's-Heerenberg en Boxmeer. In beide plaatsen zijn tot op de dag van vandaag sporen van hem te zien.

In Bergh

De meeste van Oswalds sporen in Bergh zijn hierboven al aan de orde gekomen: zijn chronogrammen, de jachtkamer op Montferland en de toegangspoort tot het hoofdgebouw van Huis Bergh. Bij het ingangsportaal van Huis Bergh moeten, naast het chronogram, de trappen en de deuromlijsting genoemd worden.

Wijngoed Montferland produceert een rode wijn met de naam Cuvée Ode aan Oswald. Deze wijn is op de markt gebracht in een fles met een etiket waarop zijn portret is afgebeeld.

In Boxmeer

Het gebrandschilderde raam dat graaf Oswald III schonk aan het karmelietenklooster in Boxmeer

In 1653 stichtten graaf Oswalds ouders het karmelietenklooster in Boxmeer. In kloostergang rondom de binnentuin van dit klooster bevinden zich achttien gebrandschilderde ramen, waarvan de meeste geschonken zijn door zijn verwanten, waaronder zijn ouders en zijn vrouw.

Graaf Oswald zelf heeft in 1684 een raam geschonken. Het lijkt erop dat hij toen zijn familieleden heeft aangespoord hetzelfde te doen, want uit dat jaar stammen ook de ramen van zijn zus Maria Clara en haar man Maximiliaan van Hohenzollern-Sigmaringen, en die van drie kinderen van zijn oom Hendrik: Elisabeth Catharina, Maria Elisabeth en Herman Frederik. Er is ook een raam van zijn vrouw, maar dat stamt uit een later (onbekend) jaar – het huwelijk met haar vond immers pas in 1686 plaats.

Bovenin is het wapen van de graven van Bergh afgebeeld. Daaronder staat in het Latijn graaf Oswalds naam met een reeks titels. Daarbij worden plaatsnamen genoemd die niet als Berghse bezittingen worden aangemerkt. Walhain & Champlite behoorden aan geslacht van zijn moeder Madeleine de Cusance, terwijl Perruuez (Perwijs), Beersel en Brainelaleut (Eigenbrakel) behoorden aan het geslacht van zijn oudtante Maria Mencia van Wittem. De tekst is vrijwel gelijk aan die op de ramen van zijn ouders.

Illustrissimus et Excellentissimus Dominus, Dominus Oswaldus Comes de Monte, Marchio Bergarum ad Zonam, Supremus Dominus Teritory de Boxmer, Comes de Walhain & Champlite, Baro de Wisch, Bylant & Perruuez, Dominus, de Dixmuda, Haeps Sambeeck, Beersel, Brainelaleut, Homoet, Millingen, Gendringen Etten &c Baro Haereditarius Ducatus Geldriae & Comitatus Zutphaniae

Het raam is gewijd aan Sint Albertus van Sicilië. Deze naamgenoot van graaf Oswalds vader was een Siciliaanse karmeliet die leefde in de dertiende eeuw. Op het eind van zijn leven werd hij prior-provinciaal van Sicilië. Hij heeft in Zuid-Italië veel weldaden verricht en werd in 1476 door paus Sixtus IV heiligverklaard. Op het raam is hij afgebeeld met een olielamp in zijn hand, omdat hij volgens de overlevering bij voorkeur 's nachts psalmen las bij het licht van een olielamp. Sint Albertus staat samen met Sint Jozef en Sint Franciscus van Assisi ook afgebeeld op het raam van graaf Oswalds vader graaf Albert.

Het grafmonument voor Oswald en zijn vrouw in de hedendaagse Sint-Petrusbasiliek van Boxmeer.

Oswald werd begraven in de Sint-Petruskerk (sinds 1999 –basiliek) van Boxmeer. Ter herinnering werd een grafmonument aangebracht, dat is gemaakt door de Vlaamse beeldhouwer Jan-Baptist Xavéry (16971742). Het stelt een sarcofaag voor met daarboven een obelisk. Hierop zit een treurende kinderfiguur (een putto) met naast zich een schedel. Op de sarcofaag staat een Latijnse tekst, op de obelisk zijn rechts Leopoldina's wapen en links dat van haar man aangebracht.

In de Tweede Wereldoorlog is de Sint-Petruskerk zwaar beschadigd. In 1946 werd de ruïne afgebroken, waarna een geheel nieuwe kerk gebouwd. Het grafmonument voor Oswald en Leopoldina is bewaard gebleven en werd ingemetseld in de muur van de noordelijke zijbeuk.

Oswalds wapen van dat van zijn vrouw zijn, behalve op het grafmonument, ook aangebracht op panelen tussen de pilaren die het zangkoor dragen. Ook die zijn in het nieuwe kerkgebouw bewaard gebleven.

Bronnen