Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Voeg

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

In de beschrijvingen van Berghse monumenten wordt soms vermeld hoe de voegen in het metselwerk zijn uitgevoerd. De voegen zijn de naden tussen de bakstenen. De horizontale voegen worden lintvoegen genoemd; de verticale stootvoegen.

Afhankelijke van het moment waarop de voegen worden afgewerkt, zijn te onderscheiden:

  • Gebruikelijke voegen: De metselaar laat de mortel niet tussen de bakstenen uit komen en krabt vervolgens de voegen ongeveer zo diep uit als ze hoog zijn. Later werkt de voeger de voegen met voegmortel af, waarbij hij erop let dat er geen holle ruimten tussen het mortel en de voegmortel ontstaan. In zulke holtes kan zich water ophopen, waardoor de bakstenen na regen minder snel dro-gen, en de voegen bij vorst kapot kunnen vriezen.
  • Doorgestreken voegen: De metselaar metselt en voegt in één arbeidsgang. Hij gebruikt meer mortel dan bij gebruikelijke voegen, zodat de mortel overal, ook in de stootvoegen, tussen de stenen uit komt. Na voldoende drogen, werkt de metselaar de voegen met een voegroller of voegspijker af tot het gewenste voegtype. Doordat er geen voegmortel nodig is, vormt de metselmortel een doorlopend geheel tussen de stenen. De kwaliteit van doorgestreken voegen is daardoor hoger dan van gebruikelijke voegen.
Voegtypen

De voegen kunnen op verschillende manieren worden afgewerkt. Nevenstaande afbeelding toont enkele veelvoorkomende typen.

  • Linksboven de platvolle voeg of platvolvoeg. Deze voeg ligt in hetzelfde vlak als de stenen. Het oppervlak kan glad zijn of geborsteld (met een borstel ruw gemaakt).
  • Verdiepte voegen zijn enigszins in de muur verzonken. Dit kan op een aantal manieren gedaan worden.
    • Rechtsboven de schaduwvoeg of regenvoeg. Hier zijn de lintvoegen zodanig schuin ingesneden dat de onderkant gelijkligt met de stenen, maar de bovenkant een aantal millimeters verdiept ligt. De stootvoegen zijn hier platvol. De schuine insnijding creëert een schaduw langs de onderkant van de stenen en zorgt tevens voor een snellere afvoer van regenwater.
    • Linksmidden de iets teruggehouden voeg. Deze is hetzelfde als de platvolle voeg, maar iets verzonken. Anders dan de schaduwvoeg creëert deze voeg ook aan de zijkanten van de stenen een schaduw. Doordat zowel de lint- als de stootvoegen wijken, springen de voegen als geheel minder in het oog.
    • Rechtsmidden de holle voeg. Deze voeg is concaaf ofwel hol naar binnen. Hij creëert net als de twee andere verdiepte voegen een schaduw, en springt nog minder in het oog dan de iets teruggehouden voeg.
  • Linksonder de geknipte voeg of knipvoeg. Deze voeg steekt iets uit de muur. Hij wordt gemetseld als een doorgestreken voeg, waarna het "teveel" door een vakman wordt bijgesneden (geknipt) zoals hier afgebeeld. De muren van de pastorie in Kilder hebben knipvoegen.
  • Rechtsonder de gesneden voeg of snijvoeg. Deze voeg is gelijk aan de knipvoeg, maar steekt niet uit.


Bronnen

  • Voeg op Wikipedia
  • Voeg op de encyclopedie van Joost de Vree