Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Willem van Hohenzollern

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem van Hohenzollern (1864-1927).png

De laatste graaf van Bergh

Willem van Hohenzollern was van 1905 tot 1912 de laatste graaf van Bergh. Zijn voornamen luidden voluit Willem August Karel Joseph Peter Ferdinand Benedict. Hij werd op 7 maart 1864 geboren op slot Benrath bij Düsseldorf als oudste zoon van Leopold van Hohenzollern en Antonia Maria van Saksen-Coburg en Gotha, prinses van Portugal.

Hij trouwde op 27 juni 1889 met Maria Theresia van Bourbon-Sicilië, dochter van prins Lodewijk van Bourbon-Sicilië en Mathilde in Beieren. Na haar overlijden op 1 mei 1909 hertrouwde hij op 20 januari 1915 met Adelgunde van Beieren, dochter van koning Lodewijk III van Beieren.

Zoals zijn vader en grootvader voor hem, was hij officier in het Pruisische leger. Vanaf 1882 was hij meestal in Potsdam gestationeerd. In 1907 verliet hij de dienst met de rang van generaal der infanterie, maar bleef erekolonel van het naar zijn grootvader genoemde fuselierregiment "Fürst Karl-Anton von Hohenzollern" (Hohenzollernsches) Nr. 40. Deze ceremoniële functie behield hij tot de opheffing van het Pruisische leger na de Eerste Wereldoorlog.

Na de dood van zijn vader in 1905 werd hij hoofd van het Huis Hohenzollern en daarmee ook graaf van Bergh. Hij erfde van zijn vader ook de supervisie over de restauratie en verbouw van het familieslot in Sigmaringen, dat in 1893 door een grote brand was getroffen. Na het verlaten van de militaire dienst was zijn voornaamste bezigheid het beheer van zijn uitgebreide bezittingen. Die bestond vooral uit bossen; niet alleen in Hohenzollern en Bergh, maar ook in Brandenburg, Pommeren, Beieren, Silezië en Bohemen. De Boheemse bossen gingen in 1921 verloren toen ze door de regering van Tsjechoslowakije in beslag werden genomen. Niet lang daarna werden de bossen in het oosten van Duitsland getroffen door een boomziekte. Het herstel daarvan noodzaakte hem een groot deel van de Hohenzollernse kunstverzameling te verkopen.

Toen na de Eerste Wereldoorlog in november 1918 de Weimar Republiek werd uitgeroepen, deed Willem onder druk van de politiek afstand van de voorrechten en financiële voordelen die de Hohenzollerns in het Duitse Keizerrijk hadden genoten. Deze stappen voorkwamen een mogelijke gewapende bestorming van het slot in Sigmaringen door republikeins gezinde eenheden. Los daarvan heeft hij bevolking van Sigmaringen met geld en woningbouw geholpen om na de verloren oorlog weer een bestaan op te bouwen.

De grondwet van de Weimar Republiek stelde alle burgers voor de wet gelijk, zodat voorrechten op grond van geboorte, geslacht of anderszins kwamen te vervallen. De adel moest afstand doen van zijn titels of er een onderdeel van de familienaam van maken. Hoewel de titel "vorst" niet meer vererfbaar is, blijft het hoofd van het Huis Hohenzollern echter tot op de dag van vandaag om historische redenen de titel vorst voeren.

Willem overleed op 22 oktober 1927 in Sigmaringen, 63 jaar oud. Hij werd bijgezet in de crypte van de Hohenzollerns in Hedingerkerk in Sigmaringen.

In 1933 werd in Sigmaringen de Fürst-Wilhelm-Straße naar hem vernoemd.

De verkoop van de Berghse bezittingen

Uit De Graafschapbode van 13 juli 1912, vier dagen na de ondertekening in Sigmaringen van de voorlopige koopakte.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Willem van Hohenzollern werd de laatste graaf van Bergh toen hij in 1912 zijn Nederlandse bezittingen verkocht aan dr. Jan Herman van Heek. Al decennialang hadden zijn voorouders stap voor stap grond en vastgoed verkocht en nu had Willem in Van Heek een koper gevonden voor de laatste 1.253 hectare. Behalve Huis Bergh met bijgebouwen hoorden daar ook de torenmolen in Zeddam en Hotel Montferland bij. Het grondbezit bestond verder grotendeels uit weiland, bouwland en dennen- en eikenbos.

Op 7 juli 1912 ontving Willem de aspirant-koper Van Heek met diens broer en een zakenrelatie in de Hofkammer aan de Karlstraße in Sigmaringen. Dit bureau, in 1832 ingesteld door Willems overgrootvader Karel, beheerde de landgoederen van de Hohenzollerns. Van Heek was in de voorgaande weken twee keer in Bergh geweest om het kasteel en de omgeving te bekijken en wilde nu tot de koop overgaan. Ondertussen had Willem bij de Twentsche Bankvereeniging B.W. Blijdenstein & Co. in Rotterdam geïnformeerd naar Van Heeks kredietwaardigheid. Hij had de verzekering gekregen dat Van Heek een bedrag van 800.000 mark probleemloos en per direct kon opbrengen.

Na twee dagen van verdere onderhandelingen werd op 9 juli een voorlopige koopakte getekend. Voor 840.000 mark, toen 495.000 gulden, deed Willem niet alleen afstand van het vastgoed en de grond in Bergh, maar ook van de rechten en plichten die daarbij hoorden. De rechten waren overblijfselen uit vroeger tijden en hielden in 1912 nog in:

De definitieve koopakte werd op 1 november 1912 getekend ten overstaan van notaris H.G. van Everdingen in Terborg.

Honderd jaar later

In 2012 werd herdacht dat Willem vorst van Hohenzollern honderd jaar eerder zijn Nederlandse bezittingen aan dr. Jan Herman van Heek had verkocht. Twee achterkleinzoons van Willem waren bij de feestelijkheden aanwezig: Karl Friedrich – het huidige hoofd van het Huis Hohenzollern – en zijn broer Albrecht Johannes. Karl Friedrich plantte bij deze gelegenheid een herdenkingsboom in de tuin van Huis Bergh.

Bij deze gelegenheid verscheen tevens het boek Het oude kasteel herleefde.

Zijn kinderen

Willem had uit zijn eerste huwelijk drie kinderen:

  • Augusta Victoria (18901966) trouwde in 1913 met ex-koning Emanuel II van Portugal. Na diens dood in 1932 hertrouwde zij in 1939 met Karel Robert Douglas.

En de tweeling:

  • Frederik Victor (18911965), vanaf 1927 tot zijn overlijden hoofd van het Huis Hohenzollern. Hij trouwde in 1920 met prinses Margaretha Carola van Saksen, een dochter van de laatste koning van Saksen, Frederik August III.
  • Frans Jozef (18911964) trouwde in 1921 met prinses Maria Alix Luitpolda van Saksen, een dochter van de laatste koning van Saksen, Frederik August III.

Bronnen