Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Teeling, Johannis

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Johannis Teeling had een bijzonder veelzijdige loopbaan als militair. Hij was infanterist, cavalerist en artillerist en heeft veel van de wereld gezien. Hij werd in 1789 in 's-Heerenberg geboren als zoon van Albert Teeling en Alida (Aaltje) Kraan, maar een doopinschrijving van hem is niet gevonden. Uit de beschikbare militaire stamboeken kan het volgende verhaal gereconstrueerd worden.

De Franse tijd

Een fuselier (geweerschutter) van een regiment infanterie van linie.

Teelings militaire loopbaan begon bij de Pruisische Infanterie, waar hij drie jaar had gediend toen hij daar in 1810 was "achtergebleven". Wat dit precies betekent is onduidelijk. Het kan zijn dat hij in het leger van Pruisen heeft gediend, maar er kan ook een onderdeel van de Grande Armée van Napoleon Bonaparte mee bedoeld worden. Diverse regimenten van Napoleons leger bestonden uit niet-Fransen.

Hij is in elk geval van de Pruisische Infanterie teruggekomen naar 's-Heerenberg. Dit was zijn woonplaats toen hij op 30 oktober 1811 als dienstplichtige werd ingelijfd bij het 123e Regiment Infanterie van Linie van de Grande Armée. Onder nummer 3220 werd ingeschreven in het stamboek van dit regiment, waarmee hij in 1812 tijdens Napoleons Veldtocht naar Rusland twee verwondingen heeft opgelopen: een lanssteek in zijn rechterbeen en een sabelhouw in zijn rechterarm. Dit is in Duitsland gebeurd, maar het is niet bekend of dit op weg naar Rusland of tijdens de terugtocht is gebeurd. Ook is niet bekend of de verwondingen bij dezelfde gelegenheid werden toegebracht.

Teeling is goed hersteld van zijn verwondingen, want na terugkeer in 1813 heeft hij gediend bij de Pruisische Jagers. Nadere informatie hierover is niet voorhanden, maar aangezien jagers een bepaald type infanteristen zijn, kan dit hetzelfde onderdeel zijn geweest als dat waar hij voor 1810 al had gediend.

Bij het 123e Regiment Infanterie van Linie dienden ook:

Boers, Damen, Van Raaij, Tervoert en Teeling hadden de opeenvolgende stamboeknummers
3216, 3217, 3218, 3219, 3220.

In Nederlandse dienst

Op 9 januari 1814 werd de Koninklijke Landmacht opgericht. Op dezelfde dag werd Teeling als kanonnier 2e klas ingedeeld bij de veldartillerie. Twee keer werd hij bevorderd tot kanonnier 1e klas, maar in beide gevallen na enige tijd weer tot kanonnier 2e klas gedegradeerd. In maart 1820 verliet hij na zes jaar de dienst. Het ligt voor de hand dat hij als vrijwilliger bij de veldartillerie heeft gediend, want zes jaar (en twee maanden) was een normale lengte van een verbandakte.

Op 21 april 1821 meldde Teeling zich opnieuw vrijwillig aan, nu bij de Afdeling Kurassiers no. 1. Kurassiers waren zwaar bewapende cavaleristen (soldaten te paard) met een borstharnas – een kuras. Teeling tekende voor de duur van zes jaren en twee maanden met een handgeld van twaalf gulden en werd ingeschreven onder stamboeknummer 2469. Op 16 augustus 1825 veroordeelde de krijgsraad in Gelderland hem tot 25 klingslagen en 3 maanden detentie wegens belediging van een meerdere in rang met woorden en gebaren. Klingslagen waren klappen met de platte kant van een sabel.

Nog voor afloop van zijn dienstverband bij de kurassiers is Teeling op 10 juni 1826 als soldaat overgegaan naar de 3e Divisie van het Algemeen Depot der Landmacht no. 33 in Harderwijk. Hier werden militairen opgeleid voor dienst in de koloniën, zoals duidelijker blijkt uit de naam Koloniaal Werfdepot, die in 1844 werd ingevoerd. In juni 1827 liep zijn verbandakte af, maar op 10 juli heeft hij voor nog eens zes jaar bijgetekend, nu zonder handgeld. Dit kan betekenen dat hij voor straf naar Nederlands-Indië werd gestuurd. Een maand later, op 16 augustus, werd hij binnen het Depot overgeplaatst naar de 1e Divisie. Nog datzelfde jaar, op 6 november, maakte hij deel uit van een detachement dat Harderwijk verliet om in Amsterdam aan boord te gaan van het schip Cornelis Houtman voor de reis naar Indië.

De Cornelis Houtman vertrok op 14 november van Amsterdam. Bijzonderheden over de zeereis zijn niet bekend, maar op 19 maart 1828 is het schip de Straat van Soenda binnengezeild. Dit is de zeestraat tussen Sumatra en Java, vanwaar het nog een paar dagen varen was naar Batavia. De precieze dag van aankomst aldaar is niet gevonden, maar de hele reis had vier maanden geduurd.

Nederland had in 1828 al reguliere troepen in zijn koloniën, maar het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) werd pas in 1830 opgericht. Als Teeling zijn zes jaren dienst heeft volgemaakt (en misschien zelfs heeft bijgetekend), dan is hij vanzelf KNIL-soldaat geworden. Maar wat er van hem geworden is na zijn vertrek uit Amsterdam, weten we helaas niet.

Teeling en Teeling

De beschikbare militaire stamboeken waar Teeling in vermeld staat zijn dat van het 123e Regiment Infanterie van Linie (in het Frans) en dat van het Algemeen Depot der Landmacht no. 33. De gegevens komen niet precies overeen, maar de overeenkomsten zijn zo groot dat we ervan kunnen uitgaan dat ze een en dezelfde persoon betreffen.

De geboorteplaats en de naam van de vader komen exact overeen en de naam van de moeder heeft ook voldoende overeenkomst: Alida Kram en Aaltje Kraan. Zijn ouders trouwden op 17 april 1784, zo blijkt uit het huwelijksregister van de protestantse kerk in 's-Heerenberg.

Teelings geboortedatum is onduidelijk; het Franse stamboek vermeld 13 december 1789, het Nederlandse 4 februari 1789. Helaas zijn de 's-Heerenbergse doopregisters uit dat jaar niet bewaard gebleven.

Met wat fantasie zijn de twee signalementen wel met elkaar te rijmen, alleen is het lengteverschil wat groot. Had Teeling in Harderwijk zijn laarzen nog aan toen zijn lengte gemeten werd?

Zijn signalement volgens het stamboek van het
123e Regiment Infanterie van Linie:

  • Lengte: 1 meter en 66,9 centimeter
  • Gezicht: ovaal
  • Voorhoofd: laag
  • Ogen: blauw
  • Neus: spits
  • Mond: middelmatig
  • Kin: lang
  • Haar: blond
  • Wenkbrauwen: blond
  • Bijzondere kenmerken: geen

Zijn signalement volgens het stamboek van het
Algemeen Depot der Landmacht no. 33:

  • Lengte: 1 meter en 74,5 centimeter
  • Gezicht: lang
  • Voorhoofd: plat
  • Ogen: blauw
  • Neus: middelmatig
  • Mond: middelmatig
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbrauwen: bruin
  • Bijzondere kenmerken: geen

Bronnen