Op 16 juni 2018 is een nieuwe versie van Berghapedia geïnstalleerd. Eventuele problemen a.u.b. hier melden.

Plantage

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Plantage001.JPG
Twee hertjes in de plantage nabij de tuinen
Zicht tussen de tuinen door naar dekerk van Hoog Elten
IngangPlantage-sHeerenberg.gif

De Plantage is een parkbos juist ten westen van kasteel Huis Bergh in 's-Heerenberg en is eind 18e eeuw aangelegd. De grote middenlaan, de Hofselaan, ziet uit op de kerktoren van Hoog-Elten. Een van de dwarslanen is gericht op de Martinikerk in Emmerik. Voordat de Plantage werd aangelegd, lag de siertuin "De Gaarde" er al, die 3 ha groot was. De Gaarde bestaat nog wel, maar is nu veel kleiner en nu in delen als tuintjes verpacht. De oudste eiken in de Plantage dateren nog van de aanleg in de 17e eeuw, maar door droogte en verlaging van de grondwaterstand lijden ze sterk. Behalve eiken en eikenhakhout nemen ook Douglas-sparren en Japanse lariksen een grote plaats in in de Plantage. Ook staan er veel rhododendrons.

'Daar in de Plantage met den Eltenschen toren in het verre laanperspectief en langs de lindelaantjes moet het in den lieven tijd van mei wel een ideaal oord voor verliefde paartjes zijn. Een wandeloord dat in zijn geboomte en aanleg nog al de hoofsche charme draagt van tijden, toen er alleen jonkers en freules door Cupido's schalkschheid zich lieten lokken in het paradijs der soete min.' Zo omschrijft D.J. van der Ven in 1917 in zijn boekje 'De Geldersche Achterhoek' onze Berghse Plantage, het wandelbos aan de wallen van het machtige kasteel in 's-Heerenberg.

Inderdaad geniet het kasteelbos al eeuwen waardering van jonge stelletjes. Vandaar de grote ankerletters op de muur van de binnenplaats van het kasteel (HGZDBMMVB) in de volksmond wel worden uitgelegd als: 'Hier Gaan Zich De Berghse Meisjes Met Vrijen Bederven. De letters zijn echter voor meer uitleg vatbaar. Sommigen menen dat er staat: het gaat zo dikwijls bij meningsverschillen met verdraagzaamheid beter. Of: hier gaan ze de boterham met meer vet bestrijken. Menig 's-Heerenbergenaar heeft hier uit de verkeringstijd wel herinneringen liggen, bijvoorbeeld aan het Hutje van Nazareth, de schuur tussen het geboomte die dient als opslagplaats van het kasteel. Hier ergens moet het liedje 'Dat plekske in de Plantage' van volkszanger Bernard Engelbarts zijn ontstaan.

Het gebied, omvattend het oostelijk deel van de Plantage en de Gaarde, heette oorspronkelijk de Vinkenberg. In de vele beukenhagen zaten veel vinken, die met behulp van een val gevangen werden, zo schrijft Mr. A.P. van Schilfgaarde in het boek 'Het Huis Bergh'. Rond 1560 heeft de graaf van Bergh in dit gebied zijn kaatsbaan laten bouwen voor het beoefenen van het kaatsspel, dat toen erg in trek was. In de eeuw daarna kwamen er ook een prachtige Franse tuin met doolhof bij en heerlijke boomgaarden. Ongeveer een derde van dit geheel bestaat nu nog als het tuinencomplex de Gaarde. De gerestaureerde kaatsbaan bestaat tegenwoordig uit woningen. Het is nog altijd een heerlijk rustig gebied, waar allerlei vogels zich prima thuis voelen. Andere delen van de huidige Plantage hebben eens dienst gedaan als varkenswei en als "tichelpanden", voor winning van klei voor baksteen.

De Plantage, de naam zegt het al, is een grotendeels kunstmatig aangeplant parkbos. De aanplant had plaats in de achttiende eeuw, hoofdzakelijk met eik en beuk. Maar er staan ook bomen die al veel ouder zijn. Bij de aanleg van de Plantage is er bewust naar gestreefd dat de twee elkaar kruisende hoofdlanen uitzien op de stiftskerk van Hoog-Elten en de Martinikerk van Emmerik, maar die laatste wordt nu door bomen aan het gezicht onttrokken. Aan het eind van de Hofselaan, van het kasteel westwaarts, die uitziet op Hoog-Elten, ligt een grote donkergrijze kwartsiet. Deze zwerfsteen is vroeger gevonden in een akker aan de zuidrand van het Zeddamse bos en tijdens de voorlaatste ijstijd vanuit het noorden van Europa hier beland. Elders in de Plantage, op een driesprong van paden, staat nog zo'n grote steen met wat kleinere er omheen, ook met een zitbank erbij. Deze granietsteen komt uit een bouwland bij de Vossenweg bij Stokkum, vertelt de heer Jan van Heek.

De vroegere gaarde was helemaal omgeven door sloten. In de Plantage heeft hiervan nog lang een restant gelegen in de vorm van een poel. Kinderen werden gewaarschuwd hier niet te dicht in de buurt te komen, omdat er een 'markeslokker' in zou zitten. De jeugd stelde die zich voor als een soort krokodil. In het bos net achter de gaarde is een klein hondenkerkhof, waar enkele trouwe viervoeters van het kasteel begraven liggen. Tijdens de oorlog hebben in de Plantage ook nog een poosje twee Duitse militairen begraven gelegen. Hun namen waren Jürgensen en Schütte. Ze zijn gesneuveld of mogelijk als deserteurs neergeschoten. Hun lichamen zijn volgens Jan van Heek later weer opgegraven en op het Duitse militaire kerkhof in Ysselsteyn in de Peel opnieuw ter aarde besteld.

De afdeling Montferland van het IVN houdt van tijd tot tijd rondleidingen door de Plantage, waar dan wordt gewezen op biologische bijzonderheden. Onder vele boomsoorten komen ook de wintereik voor en de thuja een echte parkboom uit de coniferenfamilie, die erg hoog kan worden. IVN-gids Jan Jansen, een goed kenner van de Plantage, wijst verder op groei van o.a. bosanemoon, gevlekte aronskelk, bosklaverzuring, lelietje van dalen en dalkruid. Bijzondere paddestoelen zijn de fraaie paarse violetsatijnzwam, de zwavelzwam en de eikhaas, een bloemkoolachtige paddestoel. Aan een lariks zit een kanjer van een heksenbezem. Dan staat achter het huis van Gerritsen, Nachtegaalslaantje 15, een hoge peppel waar in 1985 de bliksem in is geslagen. Van boven tot onder is een hele schilfer van de stam af. In de Plantage staat ook de taxus baccata. Er zijn hier eens twee paarden van een ruitergezelschap doodgegaan nadat ze in de Plantage van de bladeren van deze giftige struik hadden geknabbeld.

Tot ongeveer 1971 was er in de buurt van de granietsteen bij de driesprong nog een bewoonde dassenburcht. Oud-poortwachter Theo Huntink van Huis Bergh vertelde het droevige verhaal, hoe de waarschijnlijk laatste das om het leven is gekomen. Dat was tijdens een winter met hoge sneeuw. De veldmuizen, die geen voedsel konden vinden, begonnen aan de schors van de bomen te knagen. Daarom werd door kasteelpersoneel moezeweit gestrooid. Later vond men een dode das, al helemaal verstijfd. Bij onderzoek op het kadaver bleken er drie vergiftigde muizen in de buik te zitten. Na dit geval is de schuwe diersoort in de Plantage niet meer gesignaleerd.

Een landschappelijke bijzonderheid is nog de holle weg, die door vele voetstappen en regenwater is uitgespoeld in het Prinsessebosje. Dat is een stukje bos aan de overkant van het Nachtegaalslaantje, dat aansluit op de Plantage. Mogelijk speelden de kinderen van de adellijke bezoekers van het kasteel er vroeger vaak en is zo die naam ontstaan. De volksmond noemt het 't Buukebuske (beukenbosje). Deze 6,5 hectaren zijn in 1726 door Huis Bergh aangekocht van de geërfden van de Lengeler bosmark, om tot een groter geheel te komen. Het is een mooi speelterrein voor kinderen, met al die hellingen en de diepe kuil. Deze kuil is ontstaan door het afgraven van zand voor de bouw van de 's-Heerenbergse Pancratiuskerk rond 1895. Het Nachtegaalslaantje herinnert in zijn naam niet alleen aan de vogelrijkdom, maar ook aan de vroegere herberg 't Nachtegaaltje. Deze was gevestigd in het huis waar nu de families Loevering en Witjes wonen (nr. 8 en 10). In het begin van de twintigste eeuw waren de herberg en zaal van de weduwe Kaat Ebbing hier nog. Het Stokkumse Sint Oswaldusgilde vierde er kermis in het achterzaaltje, dat daags erna prompt weer als boerendeel en varkenshok dienst deed. Naast de herberg lag een mestvaalt, waar nogal eens klanten in plachten te trappen, vooral als ze goed wat foezel hadden genoten. Willem Gal uit de Linthorst is op deze mestvaalt doodgevroren, aldus de Stokkumse verteller Bertus Hakfoort. Bart Ebbing, ook wel bekend als Bart van Kaat, de zoon van de laatste kastelein, was later een zonderling die overnachtte onder de voormalige tapkast of bij de boeren in de hooiberg.

De Plantage is, zo zagen we, ingeplant op een kleiïge en vochtige ondergrond. Door de ontwateringen van de WOG en het polderdistrict is de grondwaterspiegel echter zover gezakt, zeker anderhalve meter, dat de bomen en de flora van de Plantage in gevaar komen. Vooral de eeuwenoude beuken en eiken, die bij verschillende herfststormen toch al veel haarwortels hebben verloren, hebben hiervan zwaar te lijden.

Herstelwerkzaamheden in de tuinen van de plantage

In 2014 werd de historische Nieuwe Gaarde van Huis Bergh hersteld. Voor zover bekend zijn de zuilen die mede voor een mooie uitkijk naar Hoog-Elten zorgden, hierbij voor de derde keer verplaatst.

Opening Plantage-tuinen

Vrijdag 22 april 2016 werden de Tuinen in de Plantage geopend door Gelders erfgoed gedeputeerde Josan Meijers. Het bronzen beeldje Triton werd door haar onthuld.(kopie van het beeldje uit het Rijksmuseum).

Volgens De Gelderlander van 23 april 2016 gaat de documentatie over oude tuinen nergens zover terug als van het Huis Bergh. De tuinen lagen er al voor 1461.

De nu zichtbare vorm van de tuin voert terug uit de kaart van 1727 van landmeter Theodorus Bücker.

Kaart

<googlemap lat="51.873312" lon="6.2359" zoom="15"></googlemap>

De Plantage is ook duidelijk te zien op een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog.