Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Witte Paters

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Adres: 's-Heerenberg Emmerikseweg 13

Missionarissen van Afrika Witte Paters

De tweede bewoners van het Patersklooster

Een luchtfoto van het Bonifatiushuis. Merk op dat dezelfde foto ook door de Salesianen van Don Bosco is gebruikt, maar dan met een eigen opdruk. Rechts aan het pad langs het voetbalveld zitten vier Witte Paters in de zon.

In 1937 verlieten de jezuïeten het Patersklooster in 's-Heerenberg om terug te keren naar Duitsland. Dit kwam voor de Witte Paters goed uit, omdat zij juist in dat jaar de organisatie van de opleiding van hun paters hadden gewijzigd. Tot dan toe werden zij in internationale studiehuizen opgeleid, maar voortaan zou elke provincie (dat wil zeggen elk land) daar zelf voor zorgen. Binnen de Nederlandse provincie werden vier studiehuizen geopend: twee in Boxtel, een in Sterksel en een in 's-Heerenberg.

In deze studiehuizen werden de Nederlandse Witte Paters opgeleid voor de taak die hun congregatie zich gesteld had: de bekering van Afrika. De eigenlijke naam van de orde is dan ook Missionarissen van Afrika. Om hun band met Afrika, in het bijzonder met Noord-Afrika te tonen, dragen de Witte Paters Arabische klederdracht: een boernoes (burnous) – het witte Arabische gewaad waaraan zij hun naam danken – en op hun hoofd een rode fez. De grote rozenkrans om hun hals is een verwijzing naar het kralensnoer dat moslims dragen die de bedevaart naar Mekka gemaakt hebben.

De keuze van deze kledij was niet toevallig. De sociëteit van de Missionarissen van Afrika werd in 1868 gesticht door Charles Lavigerie (18251892), die aartsbisschop was van Algiers in Algerije. Het woord sociëteit geeft aan dat de Witte Paters geen kloosterorde zijn, maar een gemeenschap (of sociëteit) van apostolisch leven binnen de rooms-katholieke Kerk. De leden van een gemeenschap van apostolisch leven leiden een leven in gemeenschap, maar leggen geen kloostergeloften.

De intocht in 's-Heerenberg

In de vroege avond van 2 augustus 1937 arriveerden ongeveer tachtig Witte Paters met autobussen op de Molenbult aan de Drieheuvelenweg. Daar, op de grens van de parochie 's-Heerenberg, werden zij opgewacht door burgemeester Nederveen en andere Berghse notabelen, afvaardigingen van diverse verenigingen en belangstellenden.

Na een welkomstrede van de burgemeester trok de stoet te voet de stad in. De lange rij paters werd geflankeerd door vele bruidjes, en Harmonie Crescendo begeleidde het geheel met vrolijke muziek. Op de Markt was de beurt aan pastoor Galama om de paters welkom te heten. Daarna zong het aanwezige publiek onder leiding van meester Egbers het lied "Aan U, O Koning der Eeuwen". De avond werd afgesloten met een defilé voor het Patersklooster.

Uit De Graafschapbode van 30 juli 1937
Intocht via de Molenpoortstraat


De sacramentsprocessie

De Witte Paters hebben veel betekend voor de bevolking van de gemeente Bergh. Zo stelden zij op Sacramentsdag (de tweede donderdag na Pinksteren) hun kloostertuin open voor de sacramentsprocessie. De grondwet van 1848 verbood processies en andere godsdienstoefeningen te houden buiten gebouwen en besloten plaatsen. Dit verbod (dat pas in 1983 werd opgeheven) gold niet in plaatsen waar zulke geloofsuitingen al voor 1848 onafgebroken hadden plaatsgevonden, zoals in Azewijn. Maar de tuin van het Patersklooster was een besloten ruimte, zodat er ook in 's-Heerenberg een processie gehouden kon worden. De tuin was dan prachtig versierd. Op de paden waren met gekleurd zaagsel schitterende afbeeldingen gemaakt, waar alleen priesters overheen mochten lopen. Deze versieringen hebben bij de plaatselijke bevolking een grote indruk achtergelaten.

De Tweede Wereldoorlog

Hulp aan parochies

Concrete hulp hebben de Witte Paters vooral in de Tweede Wereldoorlog gegeven. Nadat pastoor Galama en zijn kapelaans Van Rooijen en Hegge in augustus 1941 door de Duitsers waren gearresteerd, nam pater Wouters de leiding van de parochie over. Een aantal andere Witte Paters heeft hem hierbij voor kortere of langere tijd geassisteerd. Toen bekend werd dat pastoor Galama, net als kapelaan Van Rooijen, in gevangenschap was overleden, kwam in juli 1942 de nieuwe pastoor Horsthuis en keerden pater Wouters en zijn assistenten terug naar hun klooster.

In april 1943 werd pater Gommers aangesteld als vaste vervanger van de zieke pastoor Büter van Azewijn. Hij bleef daar tot hij na de oorlog, in februari 1946, naar de missie vertrok.

Het noodziekenhuis

Een groot gedeelte van de oorlog hadden de paters alleen de noordvleugel van hun klooster ter beschikking. De rest van het gebouw was door de Duitsers gevorderd en in gebruik bij de Kriegsmarine als Marine-Sanitätsschule.

Deze school vertrok in het najaar van 1944, omdat de geallieerden te dichtbij waren gekomen. Begin februari 1945 stonden de paters opnieuw een deel van hun klooster af, maar nu vrijwillig. Zij richtten op de derde verdieping van het klooster een noodhospitaal in voor zieke dwangarbeiders uit Kamp Rees.

Mede vanwege de hulp en bijstand die de Witte Paters tijdens de Tweede Wereldoorlog geboden hebben, is er nu een straat in 's-Heerenberg die Witte Paters heet.

Enkele Witte Paters in 's-Heerenberg

Een (nog) onbekende pater

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven in 's-Heerenberg onder meer de volgende Witte Paters:

Daarnaast komen in de bronnen de namen voor van pater Bosman en pater De Ruyter.

Paters die na de oorlog kwamen waren:

Het Afrikaans Museum

Afrikaans Museum 's-Heerenberg

In 1953 openden de Witte Paters een Afrikaans Museum, op initiatief van de Provinciaal Pater Hartmann. Hierover verscheen op 9 juni 1953 het volgende artikel in een van de dagbladen.


De Witte Paters van Kardinaal Lavigerie hebben onlangs in een van de grote zalen van hun klooster te 's- Heerenberg een Afrikaans Museum geopend, vrucht van een initiatief van de huidige Provinciaal Pater Hartmann. Het Museum beoogt de bezoekers een zo volledig mogelijk beeld te geven van de zeden en gewoonten der bewoners van het zwarte werelddeel om tegen deze achtergrond het werk der missionarissen suggestiever te projecteren.

Overigens is het zover nog lang niet. Het museum is gesticht en daarmee is het zijn beginstadium ingegaan. In de expositiekasten —door de Broeders zelf gemaakt in eigen werkplaats— staan talrijke curiositeiten, kostbaarheden, houtsnijwerk, alles voorzien van verklarende bijschriften. Aan de wanden jachttrofeeën en jachtmateriaal. Zelfs is er een rots met opgezette dieren van de soorten die in Afrika voorkomen, leeuwen, luipaarden, wilde katten, enz.

Voorts ziet men er gebruiksvoorwerpen, kleding, muziekinstrumenten, attributen van tovenaars, maquettes van inheemse bouwsels en zelfs een miniatuurmissiepost. Ook is er een Arabische afdeling. Het museum is gedurende het zomerseizoen toegankelijk. Pater De Bekker, die land en volk van Afrika uit eigen ervaring kent, waarborgt een deskundige en vriendelijke rondleiding.


Toen de Witte Paters in 1958 het klooster verlieten, is een deel van de collectie overgebracht naar het Afrikamuseum van de Paters van de Heilige Geest in Berg en Dal. De Salesianen van Don Bosco, die na de Witte Paters het klooster betrokken, hebben het museum als Missiemuseum voortgezet.

Het vertrek van de Witte Paters

De Witte Paters kregen bij hun vertrek een vendelhulde aangeboden.

De Witte Paters waren in 1937 naar 's-Heerenberg gekomen omdat de opleiding van de paters van toen af op nationaal niveau georganiseerd was. In 1958 gebeurde het omgekeerde: de Witte Paters keerden terug naar internationale studiehuizen. Even was er sprake van dat de Engelstalige opleiding in 's-Heerenberg gevestigd zou worden, maar vanwege de landstaal buiten de kloosterpoort werd al gauw van dit idee afgestapt. De Engelstalige opleiding werd gevestigd in het klooster Mount Vernon ten noorden van Londen.

Op 10 augustus 1958 nam 's-Heerenberg afscheid van de Witte Paters. 's Morgens hield pater Wouters een afscheidspreek in de Pancratiuskerk, de kerk waar hij in de oorlog het pastoraat had waargenomen. De collecte tijdens deze mis leverde als afscheidsgeschenk van de parochie het niet geringe bedrag van 950 gulden op.

Toevallig werd er die dag een schuttersconcours in 's-Heerenberg gehouden. Zodoende konden vijftien schutterijen en gilden de paters een vendelhulde brengen. Om zes uur 's avonds begon de officiële afscheidsreceptie, waar deken-pastoor Van Dijk en de heer Helmink namens de parochie spraken en burgemeester De Leeuw namens de gemeente. Alle drie legden zij nadruk op de sterke band die tussen Bergh en de Witte Paters was ontstaan. Pater Moorman, die van 1937 tot 1947 overste van het klooster was, sprak tot slot een dankwoord uit.

De opvolgers van de Witte Paters in het Patersklooster waren de Salesianen van Don Bosco.


Twee Witte Paters

Pater Patrick Menzies en pater Hugo Hinfelaar in het Heemkundehuus

Na lange tijd waren twee Witte Paters weer in 's-Heerenberg. Op 20 april 2015 bezochten paters Hugo Hinfelaar en Patrick Menziesin er het Heemkundehuus. Beide hebben van 1953 tot 1957 hun studie genoten in het klooster van de Witte Paters te 's-Heerenberg. Pater Hugo Hinfelaar is in 1958 tot priester gewijd; daarna ging hij voor vijftig jaar naar Zambia.

Op zondag 21 september 2008 vierde pater Hugo Hinfelaar zijn gouden priesterjubileum in de Pauluskerk aan de Mgr. Nolenslaan in Den Haag. Daar had hij in juli 1958 als neomist zijn eer­ste Heilige Mis opgedragen. Dit gebeurde in een feestelijk versierde kerk, met assistentie van pastoor Moolenaar en kapelaan van der Voort en, ge­zien de foto's, begeleid door bruidjes, ver­kenners en gidsen. Kapelaan Brans hield de feestpredikatie.

Ter gelegenheid van dit jubileum schreef pastoor J.L. Groenewegen het volgende op de website van de Haagse parochie De Vier Evangelisten, locatie Maria van Eik en Duinen

Hugo Hinfelaar werd in 1933 geboren in Loosduinen. Hij volgde er het lager onderwijs op de Petrusschool in de Emmastraat, waar pater Hendriks tijdens de catechismusles zulke mooie verhalen vertelde. Hij raakte ervan onder de indruk en dacht: 'ik wil ook pater worden!'. Sa­men met zijn vriend Jan Steijn ging hij op 12-jarige leeftijd naar het kleinseminarie van de Witte Paters in Noord-Brabant. Voor zijn broer­tjes en zusjes héél ver weg. Zij zagen hem dan ook niet vaak thuis. Na 13 jaar studie en opleiding kwam de dag, dat hij tot priester werd gewijd. Voor het gezin Hinfelaar een heel bijzonder gebeuren. Hugo's grote wens werd vervuld. Hij mocht naar Afrika, naar het voor velen toen nog nauwelijks bekende Rhodesië, het land dat nu sinds de onaf­hankelijkheid Zambia heet. Het thuisfront leefde erg mee, zijn moeder schreef brieven, die een maand onderweg waren en af en toe kwam een volgeschreven luchtpostvelletje terug. Na 6 jaar kwam hij voor het eerst terug in de Kokosnootstraat. Broers en zussen hingen aan zijn lippen om zijn verhalen te horen. Het was altijd feest, als hij thuis was. Bij één van die thuiskomsten ontving hij de Engelse onderschei­ding MBE voor zijn heldhaftige optreden tijdens de onafhankelijkheid. De hele familie toog naar de Engelse Ambassade, maar wist eigenlijk niet goed wat hij allemaal gedaan had. Het moest wel héél bijzonder zijn geweest.

Hugo wilde meer: hij ging in Londen antropologie studeren om de mens en zijn cultuur te leren kennen. Hij haalde zijn doctoraal, werd leraar met de opdracht jonge Afrikaanse mannen voor te bereiden op hun taak als diocesaan priester in de 10 bisdommen van Zambia. Hij vond daarin zijn nieuwe uitdaging. Hij wist dat de Afrikanen op den duur hun eigen verantwoordelijkheid moesten nemen en niet konden blijven leunen op Europa. Ondertussen vergat de Loosduinse parochie en de Pauluskerk hem niet. De jaren vlogen voorbij, de lokale Kerk in Zambia was bijna onafhankelijk en het werd tijd om vaarwel te zeg­gen. Dat viel niet mee, want Zambia was zijn tweede vaderland ge­worden. Hij is nu al weer twee jaar in Nederland terug en probeert zijn kennis en grote ervaring over te dragen aan de 'lekenmissionaris­sen' in ons land.

Beeldmateriaal

Foto's van de Witte Paters

In de collectie van Spaarnestad Photo] zijn foto's van de Witte Paters in 's-Heerenberg aanwezig. Ze zijn in 1939 gemaakt door de fotograaf Wiel van der Randen (1897-1949) en hieronder afgebeeld met de onderschriften van Spaarnestad. Het lijkt erop dat de termen pater en broeder willekeurig gebruikt zijn.

De twee laatste foto's in onderstaande galerij zijn niet van Van der Randen. De een na laatste foto is uit 1956 en van een onbekende fotograaf. Ook de laatste foto is van een onbekende fotograaf en bovendien uit een onbekend jaar. Hij maakt deel uit van een serie over de bouw van het zwembad, die te vinden is in Het Geheugen van Nederland.
Klik op de foto's voor een vergroting.

Benny Schuurman. Katholieke Illustratie

Correspondentie

Gelukwensen van pater-overste Geurts aan de heer en mevrouw Schuurman in verband met de geboorte van hun zoon Benny.

Brief uit 1956 van pater Krijnen in Tanganjika (nu Tanzania) aan de familie Schuurman naar aanleiding van het overlijden aldaar van pater Bosman.

Bronnen