Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Straus, Joseph (1918)

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Van 's-Heerenberg naar Ruinen

Jopie Straus werd op 10 december 1918 geboren in 's-Heerenberg als zoon van Leopold Straus en Lea Jacob. Van beroep was hij kantoorbediende.

Jopie is in de oorlog als een van de eerste 's-Heerenbergse Joden omgekomen. Op 26 juni 1942 kwam de landelijke bekendmaking dat Joodse gezinnen zich beschikbaar moesten stellen voor de Abeitseinsatz. Aan deze eerste oproep en ook aan de tweede van 14 juli werd nauwelijks gehoor gegeven, ondanks dreigementen van de Duitsers. De druk nam echter zodanig toe, dat Jopie zich die zomer toch meldde.

Hij kwam terecht in een werkkamp voor Joden bij Ruinen in Drenthe, waar hij is gebleven tot alle "vrijwilligers" (of beter gezegd gevangenen) op 2 oktober 1942, een sabbat, werden overgeplaatst naar het kamp Westerbork. Het betrof behalve het werkkamp in Ruinen ook andere werkkampen, en bovendien zouden er familieleden van de mensen in de werkkampen opgepakt worden en naar Westerbork afgevoerd. In totaal ging het om meer dan twaalfduizend personen.

Jopie heeft zijn ouders per brief laten weten dat het in Ruinen redelijk goed was. Dit blijkt onder meer uit een voorval op 1 oktober, de dag voor de overplaatsing naar Westerbork. Toen Jopie en zijn lotgenoten die dag naar het kamp terugkeerden van hun werk, kwam de vrouw van de kampcommandant hen buiten de poort al tegemoet. Zij waarschuwde dat de Grüne Polizei (officieel de Ordnungspolizei, de "gewone" politie van Nazi-Duitsland) in het kamp was, dus ze moesten spullen die ze niet mochten hebben, maar toch hadden, maar gauw aan de kant van de weg verstoppen.

Van Ruinen naar Westerbork

De gevangenen voelden zich niet op hun gemak na het bericht over de overplaatsing, maar het bleef die avond rustig in het kamp. De kampcommandant liet extra rantsoenen etenswaren uitdelen, waaronder het brood dat voor zondag bestemd was, maar voor de gelegenheid nu al gebakken werd. De klompen die ze tot dan toe alleen tijdens het werk mochten dragen, mochten ze meenemen naar Westerbork.

Die zaterdag, 2 oktober, gingen de gevangenen lopend naar Hoogeveen, een afstand van negen kilometer. Bij de poort van het werkkamp kregen ze allemaal een hand van de kampcommandant. Zijn vrouw kon de vertrekkende stoet niet aanzien en liep huilend weg.

Van Hoogeveen bracht een trein hen naar Hooghalen, vanwaar het nog een uur lopen was naar het kamp Westerbork. Daar kregen ze een kale barak toegewezen, zonder licht en zonder bedden. Van slapen kwam weinig, mede omdat ze de barak moesten delen met een groep moeders en kinderen die diezelfde dag uit Amsterdam waren aangekomen. Veel kinderen schreeuwden van de honger en het stonk verschrikkelijk. De voedselverstrekking was gebrekkig, zodat Jopie en zijn medegevangenen na twee dagen nog steeds op hun rantsoen uit Ruinen teerden. Ze hebben de kampcommandant daarvoor zelfs nog een bedankbriefje gestuurd. Na de oorlog zouden ze het wel goed met hem maken, schreef Jopie aan zijn ouders...

Jopie had begrijpelijkerwijs geen enkele voorstelling van wat hem te wachten stond. Hij zag de toekomst nog met een zeker optimisme tegemoet, want hij vroeg zijn ouders om wat foto's en allerlei etenswaren: wittebrood met boter, cacao in een bus, eieren en shag met vloeitjes.

Van Westerbork naar Auschwitz

Hoelang Jopie nog in Westerbork is gebleven, is niet bekend. Wel is bekend dat hij op 28 februari 1943 in Auschwitz is omgekomen, 24 jaar oud. Daar stierf op dezelfde dag zijn neef Julius Joseph. Is het mogelijk dat zij elkaar daar nog gezien hebben? Twee dagen eerder waren hun oom Ben en tante Hedwig er de dood in gedreven.

Van het gezin waartoe Jopie behoorde, heeft alleen zijn zus Sara de oorlog overleefd. Zijn broers stierven elk op een andere plaats. Alleen de jongste, Benno, is mogelijk tot het einde bij zijn ouders geweest. Hij is net als zijn vader en moeder op 14 mei 1943 omgekomen in het vernietigingskamp Sobibor in Polen.

Jopie en zijn naasten worden herdacht op het oorlogsmonument in 's-Heerenberg. Verder staan zij vermeld in het Digitaal Monument van de Joodse Gemeenschap, het Slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting en Yad Vashem's Central Database of Shoah Victims' Names.

Jopie's overlijden is op 18 november 1950 ingeschreven in de gemeente Bergh. Dit gebeurde krachtens een wet uit juni 1949 betreffende het opmaken van overlijdensakten van vermisten. Als bewijs van het overlijden gold een officiële mededeling van de Commissie tot het doen van aangifte van overlijden van vermisten gedateerd 17 augustus 1950.

De overlijdens van zijn gezinsleden waren als eerder ingeschreven. Die van zijn vader en zijn broer Benno al op 19 december 1949, dat van zijn moeder op 30 december 1949, en dat van zijn broer Benno op 17 mei 1950. Van het overlijden van zijn broer Sallie is geen akte gevonden.

De officiële mededeling No. 64284 van de Commissie tot het doen van aangifte van overlijden van vermisten van Joseph Straus' overlijden in Auschwitz.
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.
Joseph Straus' overlijdensakte in de gemeente Bergh

Bronnen