Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !
Jongerius, Bastianus: verschil tussen versies
k (→Bronnen: cat) |
(Aanvulling uit toegevoegde bronnen (dode links verwijderd)) |
||
| (Een tussenliggende versie door dezelfde gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| − | '''Bastianus Jongerius''' werd op 27 oktober [[1879]] geboren in Utrecht als zoon van Hermanus Jongerius en Mechtelina van Zijl. | + | '''Bastianus Jongerius''' was van augustus [[1914]] tot [[1918]] kapelaan in de [[Sint Oswalduskerk|parochie Zeddam]] onder [[Graaff, Cornelis de|pastoor De Graaff]]. Hij werd op 27 oktober [[1879]] geboren in Utrecht als zoon van Hermanus Jongerius en Mechtelina van Zijl. |
| − | + | Jongerius ontving zijn priesterwijding op 15 augustus [[1908]] van de aartsbisschop van Utrecht. Daarna was hij assistent in [[Winterswijk]] tot zijn benoeming tot kapelaan in [[Zeddam]]. Hier was hij de opvolger van [[Overmeer, Willebrordus Franciscus Assuerus|kapelaan Overmeer]]. Bij zijn vertrek naar de stad Groningen in januari 1918 werd hij opgevolgd door [[Büter, Johannes Wilhelmus Josephus|kapelaan Büter]]. | |
| − | Na het overlijden van pastoor De Graaff op 6 maart [[1921]] was Jongerius executeur van diens nalatenschap. In het boek [[Parochie Zeddam 1150-1975]] staat dat Jongerius op genoemde datum overleed, maar hij wordt verward met De Graaff. | + | Na het overlijden van pastoor De Graaff op 6 maart [[1921]] was Jongerius executeur van diens nalatenschap. In het boek [[Parochie Zeddam 1150-1975]] staat dat Jongerius op genoemde datum overleed, maar hij wordt daar verward met De Graaff. |
| + | [[Bestand: Jongerius 19270902 GB.jpg|thumb|right|400px|<center>'''Uit ''De Graafschapbode'' van 2 september 1927</center>]] | ||
| + | Jongerius was kapelaan in de Groningense parochie Heilig Hart van Jezus tot hij in september [[1924]] werd benoemd tot pastoor in het Drentse Klazienaveen. Hij trof daar grote armoede en werkeloosheid aan. Hij werd er lid van de Commissie tot Opbouw van Drenthe en kon zo als zoon van een tuinder met interesse in de tuinbouw de aanleg van kwekerijen en de organisatie van tuinbouwcursussen bewerkstelligen. Voor dit werk werd hij benoemd tot [[Onderscheidingen#Orde van Oranje-Nassau (1892)|ridder in de Orde van Oranje-Nassau]]. De onderscheiding werd hem toegekend bij koninklijk besluit nr. 34 van 26 juli [[1927]]. | ||
| − | + | In [[1935]] werd Jongerius benoemd tot pastoor van de Sint Vitusparochie in Blaricum. Hier was hij in [[Tweede Wereldoorlog|de oorlog]] actief in het verzet door onderduikers op te nemen en zendapparatuur van de illegaliteit te verbergen. | |
| + | |||
| + | Op zijn tachtigste verjaardag in [[1959]] werd hij benoemd tot erekanunnik van het kathedraal kapittel van het bisdom Haarlem. | ||
| + | |||
| + | Pastoor Jongerius overleed op 14 september [[1961]], een maand voor zijn 82e verjaardag. Op 19 september werd hij begraven op het parochiekerkhof in Blaricum. | ||
== Bronnen == | == Bronnen == | ||
| − | + | *[http://www.wiewaswie.nl WieWasWie] | |
| − | *[http://www. | + | *Op [http://www.delpher.nl Delpher]: |
| − | *[http://www.delpher.nl Delpher] | + | **Berichten over zijn benoemingen in diverse dagbladen |
| − | *[ | + | **''[[Graafschapbode|De Graafschapbode]]'' van 2 september 1927 |
| + | **''De Maasbode'' van 14 augustus 1958 | ||
| + | **''Gooi- en Eemlander'' van 15 september 1961 | ||
| + | **''de Volkskrant'' van 16 september 1961 | ||
*[[Parochie Zeddam 1150-1975]], blz. 59 | *[[Parochie Zeddam 1150-1975]], blz. 59 | ||
| − | |||
| − | [[Categorie:Kapelaans Zeddam]] [[Categorie:Orde van Oranje-Nassau]] | + | [[Categorie:Kapelaans Zeddam]] [[Categorie:Orde van Oranje-Nassau]] [[Categorie:Kanunniken]] |
Huidige versie van 6 jul 2026 om 07:33
Bastianus Jongerius was van augustus 1914 tot 1918 kapelaan in de parochie Zeddam onder pastoor De Graaff. Hij werd op 27 oktober 1879 geboren in Utrecht als zoon van Hermanus Jongerius en Mechtelina van Zijl.
Jongerius ontving zijn priesterwijding op 15 augustus 1908 van de aartsbisschop van Utrecht. Daarna was hij assistent in Winterswijk tot zijn benoeming tot kapelaan in Zeddam. Hier was hij de opvolger van kapelaan Overmeer. Bij zijn vertrek naar de stad Groningen in januari 1918 werd hij opgevolgd door kapelaan Büter.
Na het overlijden van pastoor De Graaff op 6 maart 1921 was Jongerius executeur van diens nalatenschap. In het boek Parochie Zeddam 1150-1975 staat dat Jongerius op genoemde datum overleed, maar hij wordt daar verward met De Graaff.
Jongerius was kapelaan in de Groningense parochie Heilig Hart van Jezus tot hij in september 1924 werd benoemd tot pastoor in het Drentse Klazienaveen. Hij trof daar grote armoede en werkeloosheid aan. Hij werd er lid van de Commissie tot Opbouw van Drenthe en kon zo als zoon van een tuinder met interesse in de tuinbouw de aanleg van kwekerijen en de organisatie van tuinbouwcursussen bewerkstelligen. Voor dit werk werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De onderscheiding werd hem toegekend bij koninklijk besluit nr. 34 van 26 juli 1927.
In 1935 werd Jongerius benoemd tot pastoor van de Sint Vitusparochie in Blaricum. Hier was hij in de oorlog actief in het verzet door onderduikers op te nemen en zendapparatuur van de illegaliteit te verbergen.
Op zijn tachtigste verjaardag in 1959 werd hij benoemd tot erekanunnik van het kathedraal kapittel van het bisdom Haarlem.
Pastoor Jongerius overleed op 14 september 1961, een maand voor zijn 82e verjaardag. Op 19 september werd hij begraven op het parochiekerkhof in Blaricum.
Bronnen
- WieWasWie
- Op Delpher:
- Berichten over zijn benoemingen in diverse dagbladen
- De Graafschapbode van 2 september 1927
- De Maasbode van 14 augustus 1958
- Gooi- en Eemlander van 15 september 1961
- de Volkskrant van 16 september 1961
- Parochie Zeddam 1150-1975, blz. 59