Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Janssen, Hendrikus: verschil tussen versies

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
k (125 Jaar katholiek onderwijs Zeddam)
(aanvulling uit toegevoegde bronnen)
 
Regel 10: Regel 10:
 
De Sint Aloysiusparochie in de stad Utrecht is de enige waaraan hij, als assistent, benoemd is geweest. Dit was van september [[1916]] tot september [[1917]]. Op 15 juli [[1918]] werd hij ingeschreven in het bevolkingsregister van Amsterdam als wonend op de pastorie van de katholieke kerk De Zaaier aan de Keizersgracht. Op 4 oktober 1918 werd hij uitgeschreven naar de pastorie van de Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat in Nijmegen, waarna hij van 23 april tot 23 oktober [[1919]] weer aan de Keizersgracht in Amsterdam woonde. Daarna verhuisde hij naar de pastorie van de Sint Aloysiuskerk in Utrecht, waar hij eerder assistent was geweest.
 
De Sint Aloysiusparochie in de stad Utrecht is de enige waaraan hij, als assistent, benoemd is geweest. Dit was van september [[1916]] tot september [[1917]]. Op 15 juli [[1918]] werd hij ingeschreven in het bevolkingsregister van Amsterdam als wonend op de pastorie van de katholieke kerk De Zaaier aan de Keizersgracht. Op 4 oktober 1918 werd hij uitgeschreven naar de pastorie van de Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat in Nijmegen, waarna hij van 23 april tot 23 oktober [[1919]] weer aan de Keizersgracht in Amsterdam woonde. Daarna verhuisde hij naar de pastorie van de Sint Aloysiuskerk in Utrecht, waar hij eerder assistent was geweest.
  
Er is sprake van dat pater Janssen pastoor is geweest op Schiermonnikoog. Daar werd op 25 juli [[1915]] voor het eerst een rooms-katholieke kapel ingewijd, de Sint Egbertuskapel. De bevolking was destijds geheel protestants, maar "tijdens het badseizoen" werden er in de Sint Egbertuskapel missen gelezen. De kerkgangers waren dus katholieke badgasten. Nadat er in [[1921]] vlakbij een vakantiekolonie voor katholieke kinderen werd geopend, was de kapel er in de zomer ook voor de kinderen en hun begeleiders. Er zijn geen berichten gevonden over "de pastoor van Schiermonnikoog", zodat het erop lijkt dat er alleen "tijdens het badseizoen" een geestelijke aanwezig was. Of die het hele seizoen bleef, of na een tijdje afgelost werd is niet bekend. Aldus is ook niet bekend hoe vaak en hoe lang pater Janssen op Schiermonnikoog is geweest.
+
Er is sprake van dat pater Janssen pastoor is geweest op Schiermonnikoog. Daar werd op 25 juli [[1915]] voor het eerst een rooms-katholieke kapel ingewijd, de Sint Egbertuskapel. De bevolking was destijds geheel protestants, maar "tijdens het badseizoen" werden er in de Sint Egbertuskapel missen gelezen. De kerkgangers waren dus katholieke badgasten. Nadat er in [[1921]] vlak bij een vakantiekolonie voor katholieke kinderen werd geopend, was de kapel er in de zomer ook voor de kinderen en hun begeleiders. Er zijn geen berichten gevonden over "de pastoor van Schiermonnikoog", zodat het erop lijkt dat er alleen "tijdens het badseizoen" een geestelijke aanwezig was. Of die het hele seizoen bleef, of na een tijdje afgelost werd is niet bekend. Aldus is ook niet bekend hoe vaak en hoe lang pater Janssen op Schiermonnikoog is geweest.
  
 
Op 12 januari [[1922]] vestigde hij zich, komend uit Oudenbosch (waar hij wellicht leraar was geweest), op de pastorie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen-kerk in Den Haag, ook bekend als de Elandkerk. Op 3 oktober [[1924]] werd hij uitgeschreven wegens vertrek naar de "Vinkenstraat" in [[Zeddam]]. Daar was hij benoemd tot rector van het klooster van de [[Zusters Franciscanessen van Heythuysen]], dat was gevestigd op de [[Padevoort]].
 
Op 12 januari [[1922]] vestigde hij zich, komend uit Oudenbosch (waar hij wellicht leraar was geweest), op de pastorie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen-kerk in Den Haag, ook bekend als de Elandkerk. Op 3 oktober [[1924]] werd hij uitgeschreven wegens vertrek naar de "Vinkenstraat" in [[Zeddam]]. Daar was hij benoemd tot rector van het klooster van de [[Zusters Franciscanessen van Heythuysen]], dat was gevestigd op de [[Padevoort]].
 +
[[Bestand: Janssen 19280323 GB.jpg|thumb|right|400px|<center>'''Uit ''De Graafschapbode'' van 23 maart 1928]]
 +
Als man mocht hij niet met de zusters onder een dak wonen, zodat metselaars uit zijn familie tegenover de [[Meisjesschool (Zeddam)|meisjesschool]] een huisje voor hem hebben gebouwd. Daar ging wonen met zijn hond Bello. Of met dit ''huisje'' het ''landhuis'' wordt bedoeld dat in [[1928]] door [[:Categorie:Aannemers|aannemers]] A. Eggink en [[Lange, Siebren de|S. de Lange]] werd gebouwd, is nog niet duidelijk.
  
Als man mocht hij niet met de zusters onder een dak wonen, zodat metselaars uit zijn familie tegenover de [[Meisjesschool (Zeddam)|meisjesschool]] een huisje voor hem hebben gebouwd. Daar ging wonen met zijn hond Bello. In zijn vrije tijd repareerde hij radio's, die zijn buurjongen [[Lukkezen, Johannes Josephus|Jan Lukkezen]] hem in een kruiwagen kwam brengen. Hij kon ook urenlang vertellen over allerlei onderwerpen, bijvoorbeeld over de vraag: wat is vuur?  
+
In zijn vrije tijd repareerde hij radio's, die zijn buurjongen [[Lukkezen, Johannes Josephus|Jan Lukkezen]] hem in een kruiwagen kwam brengen. Hij kon ook urenlang vertellen over allerlei onderwerpen, bijvoorbeeld over de vraag: wat is vuur?  
  
Op 26 mei [[1941]] werd hij opgenomen in het r.-k. ziekenhuis in [[Winterswijk]], dat door de Zusters Franciscanessen van Heythuysen werd bediend. Daar overleed hij elf dagen later, op 6 juni. Hij was 58 jaar oud. Op 9 juni werd hij begraven op de [[Begraafplaats RK kerk Zeddam|r.-k. begraafplaats]] in Zeddam, waar zijn graf nog aanwezig is. Op zijn grafsteen staat zijn doopdatum.
+
{|
 +
|- valign=top
 +
|[[Bestand:Pater Janssen zegent een motor.jpg|thumb|400px]]
 +
|[[Bestand:Auto- en motorinzegening 19330907 NHC.jpg|thumb|400px|<big>
 +
Op 1 november [[1933]] zegende pater Jansen onder meer deze motor tijdens de jaarlijkse grote ''auto- en motor- inzegening'' in Nederland.<br>In een artikel in de ''Nieuwe Haarlemsche Courant'' van<br>7 september van dat jaar werd over het doel van deze inzegening verteld.</big>]]
 +
|}
 +
 
 +
Op 26 mei [[1941]] werd pater Janssen opgenomen in het r.-k. ziekenhuis in [[Winterswijk]], dat door de Zusters Franciscanessen van Heythuysen werd bediend. Daar overleed hij elf dagen later, op 6 juni. Hij was 58 jaar oud. Op 9 juni werd hij begraven op de [[Begraafplaats RK kerk Zeddam|r.-k. begraafplaats]] in Zeddam, waar zijn graf nog aanwezig is. Op zijn grafsteen staat zijn doopdatum.
  
 
Pater Janssens opvolger was pater Ambrosius Sinnige. Over hem zijn geen gegevens voorhanden. Daarna was [[Brink, Johannes Josephus ten|pater Willibald ten Brink]] van [[1945]] tot [[1951]] rector van het klooster.
 
Pater Janssens opvolger was pater Ambrosius Sinnige. Over hem zijn geen gegevens voorhanden. Daarna was [[Brink, Johannes Josephus ten|pater Willibald ten Brink]] van [[1945]] tot [[1951]] rector van het klooster.
Regel 48: Regel 57:
 
**''Nieuwe Venlosche Courant'' van 24 augustus 1915
 
**''Nieuwe Venlosche Courant'' van 24 augustus 1915
 
**''De Tijd'' van 6 september 1916 en 6 september 1917
 
**''De Tijd'' van 6 september 1916 en 6 september 1917
**''[[Graafschapbode|De Graafschapbode]]'' van 6 juni 1941
+
**''[[Graafschapbode|De Graafschapbode]]'' van 23 maart 1928 en 6 juni 1941
 +
**''Nieuwe Haarlemsche Courant'' van 7 september 1933
 
*[https://wierookwijwaterenworstenbrood.nl/ontdekken/verhalen/kloosters-in-het-kasteel-van-gemert Kloosters in het kasteel van Gemert]
 
*[https://wierookwijwaterenworstenbrood.nl/ontdekken/verhalen/kloosters-in-het-kasteel-van-gemert Kloosters in het kasteel van Gemert]
 
*[https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Egbertuskapel_(Schiermonnikoog) Sint Egbertuskapel] op Wikipedia
 
*[https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Egbertuskapel_(Schiermonnikoog) Sint Egbertuskapel] op Wikipedia
  
 
[[Categorie:Jansen en Janssen]] [[Categorie:Religieuzen Vinkwijk]] [[Categorie:Jezuïeten]] [[Categorie:Begraafplaats RK kerk Zeddam]]
 
[[Categorie:Jansen en Janssen]] [[Categorie:Religieuzen Vinkwijk]] [[Categorie:Jezuïeten]] [[Categorie:Begraafplaats RK kerk Zeddam]]

Huidige versie van 16 mei 2026 om 08:20

Pater Janssen en zijn ouders

Hendrikus Janssen was jezuïet. Hij werd op 16 april 1883 geboren in Vinkwijk als zoon van Adrianus Theodorus Janssen en Grada Versteegen.

Janssen begon zijn jezuïetenopleiding aan een aantal instituten in Noord-Brabant. Op 5 januari 1904 werd hij uitgeschreven uit het bevolkingsregister van de gemeente Bergh wegens vertrek naar Gemert, waar op het kasteel aldaar een noviciaat van de jezuïeten gevestigd was. Vanaf 6 september 1906 zette hij zijn studie voort aan het Collegium Aloysianum in het klooster Mariëndaal in Velp (N.-B.), en vervolgens vanaf 11 september 1909 aan het Collegium Berchmanianum in Oudenbosch.

Zijn studie verliep niet helemaal volgens plan, want halverwege was zijn geld op. Mogelijk was dit nadat hij het studiegedeelte in Oudenbosch had afgesloten. Hij heeft zijn studie toen onderbroken en is in Duitsland gaan werken tot hij drie jaar later genoeg had gespaard om verder te kunnen studeren.

Op 24 augustus 1915 heeft de bisschop van Roermond hem in de kloosterkerk van de jezuïeten in Maastricht tot priester gewijd. Zijn loopbaan daarna is tot 1924 wat vaag, want hij heeft in die jaren nergens voor langere tijd als kapelaan of pastoor in een parochie gestaan. Uit vermeldingen in een aantal bevolkingsregisters blijkt dat hij heeft gewoond in parochies die door jezuïeten bediend werden.

De Sint Aloysiusparochie in de stad Utrecht is de enige waaraan hij, als assistent, benoemd is geweest. Dit was van september 1916 tot september 1917. Op 15 juli 1918 werd hij ingeschreven in het bevolkingsregister van Amsterdam als wonend op de pastorie van de katholieke kerk De Zaaier aan de Keizersgracht. Op 4 oktober 1918 werd hij uitgeschreven naar de pastorie van de Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat in Nijmegen, waarna hij van 23 april tot 23 oktober 1919 weer aan de Keizersgracht in Amsterdam woonde. Daarna verhuisde hij naar de pastorie van de Sint Aloysiuskerk in Utrecht, waar hij eerder assistent was geweest.

Er is sprake van dat pater Janssen pastoor is geweest op Schiermonnikoog. Daar werd op 25 juli 1915 voor het eerst een rooms-katholieke kapel ingewijd, de Sint Egbertuskapel. De bevolking was destijds geheel protestants, maar "tijdens het badseizoen" werden er in de Sint Egbertuskapel missen gelezen. De kerkgangers waren dus katholieke badgasten. Nadat er in 1921 vlak bij een vakantiekolonie voor katholieke kinderen werd geopend, was de kapel er in de zomer ook voor de kinderen en hun begeleiders. Er zijn geen berichten gevonden over "de pastoor van Schiermonnikoog", zodat het erop lijkt dat er alleen "tijdens het badseizoen" een geestelijke aanwezig was. Of die het hele seizoen bleef, of na een tijdje afgelost werd is niet bekend. Aldus is ook niet bekend hoe vaak en hoe lang pater Janssen op Schiermonnikoog is geweest.

Op 12 januari 1922 vestigde hij zich, komend uit Oudenbosch (waar hij wellicht leraar was geweest), op de pastorie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen-kerk in Den Haag, ook bekend als de Elandkerk. Op 3 oktober 1924 werd hij uitgeschreven wegens vertrek naar de "Vinkenstraat" in Zeddam. Daar was hij benoemd tot rector van het klooster van de Zusters Franciscanessen van Heythuysen, dat was gevestigd op de Padevoort.

Uit De Graafschapbode van 23 maart 1928

Als man mocht hij niet met de zusters onder een dak wonen, zodat metselaars uit zijn familie tegenover de meisjesschool een huisje voor hem hebben gebouwd. Daar ging wonen met zijn hond Bello. Of met dit huisje het landhuis wordt bedoeld dat in 1928 door aannemers A. Eggink en S. de Lange werd gebouwd, is nog niet duidelijk.

In zijn vrije tijd repareerde hij radio's, die zijn buurjongen Jan Lukkezen hem in een kruiwagen kwam brengen. Hij kon ook urenlang vertellen over allerlei onderwerpen, bijvoorbeeld over de vraag: wat is vuur?

Pater Janssen zegent een motor.jpg
Op 1 november 1933 zegende pater Jansen onder meer deze motor tijdens de jaarlijkse grote auto- en motor- inzegening in Nederland.
In een artikel in de Nieuwe Haarlemsche Courant van
7 september van dat jaar werd over het doel van deze inzegening verteld.

Op 26 mei 1941 werd pater Janssen opgenomen in het r.-k. ziekenhuis in Winterswijk, dat door de Zusters Franciscanessen van Heythuysen werd bediend. Daar overleed hij elf dagen later, op 6 juni. Hij was 58 jaar oud. Op 9 juni werd hij begraven op de r.-k. begraafplaats in Zeddam, waar zijn graf nog aanwezig is. Op zijn grafsteen staat zijn doopdatum.

Pater Janssens opvolger was pater Ambrosius Sinnige. Over hem zijn geen gegevens voorhanden. Daarna was pater Willibald ten Brink van 1945 tot 1951 rector van het klooster.

<center>Pater Janssen en Bello in juli 1939
Uit De Graafschapbode van 6 juni 1941


HIER WACHT DEN DAG DER OPSTANDING
HENDRICUS JANSSEN
GEBOREN TE ZEDDAM
17 APRIL 1883
PRIESTER GEWIJD
24 AUGUSTUS 1915
OVERLEDEN TE WINTERSWIJK
6 JUNI 1941
R.I.P.
De tekst op pater Janssens grafsteen

Bronnen