Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !
Richter, Alphonsus Maria: verschil tussen versies
(Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Alphonsus Maria Richter''' was van 1955 tot 1956 (1958?) kapelaan in de parochie Beek onder Walraven, Johannes Antonius Maria...') |
k (Kersten toegevoegd) |
||
| Regel 7: | Regel 7: | ||
In de daaropvolgende jaren woonde Richter afwisselend in de kruisherenkloosters in Sint Agatha en in de Belgische plaatsen Diest en Hannuit. Op 21 mei [[1910]] werd hij door de bisschop van Den Bosch in de kathedraal van Sint Jan in Den Bosch tot priester gewijd. | In de daaropvolgende jaren woonde Richter afwisselend in de kruisherenkloosters in Sint Agatha en in de Belgische plaatsen Diest en Hannuit. Op 21 mei [[1910]] werd hij door de bisschop van Den Bosch in de kathedraal van Sint Jan in Den Bosch tot priester gewijd. | ||
| − | Naar verluidt was hij "jarenlang leraar" in het klooster in Hannuit. Vermoedelijk was dit gedurende de eerste tien jaar na zijn wijding, want zijn eerste benoeming in een Nederlandse parochie die achterhaald kon worden is die in mei [[1920]] als assistent in 's-Heerenhoek, Zeeland. Daarna volgde een reeks andere plaatsen. Een incomplete opsomming is Amsterdam, Medemblik, Den Hoorn–Schipluiden (bij Delft), Dordrecht, [[Pannerden]], Herveld en Rotterdam. De benoemingen waren steeds op voordracht van de generaal-overste van de kruisheren, omdat priesters die tot een kloosterorde behoren niet rechtstreeks door een bisschop benoemd kunnen worden. | + | Naar verluidt was hij "jarenlang leraar" in het klooster in Hannuit. Vermoedelijk was dit gedurende de eerste tien jaar na zijn wijding, want zijn eerste benoeming in een Nederlandse parochie die achterhaald kon worden is die in mei [[1920]] als assistent in 's-Heerenhoek, Zeeland. Daarna volgde een reeks andere plaatsen. Een incomplete opsomming is Amsterdam, Medemblik, Den Hoorn–Schipluiden (bij Delft), Dordrecht, [[Pannerden]], Herveld en Rotterdam. De benoemingen waren steeds op voordracht van de generaal-overste van de kruisheren, omdat priesters die tot een kloosterorde behoren niet rechtstreeks door een bisschop benoemd kunnen worden. Dit geldt voor priester van alle kloosterorden, zoals bijvoorbeeld ook voor [[Kersten, Antonius Petrus Jacobus|pater Kersten]], die [[:Categorie:Karmelieten|karmeliet]] was. |
In september 1955 kwam Richter naar Beek als opvolger van [[Kessel, Robertus van|kapelaan Van Kessel]]. Na zijn vertrek werd hij opgevolgd door [[Molder, Johannes Henricus te|kapelaan Te Molder]]. Het is vooralsnog onduidelijk wanneer Richter is vertrokken; in 1956 of in 1958. Als dit in 1956 was, dan heeft Beek ongeveer twee jaar lang geen kapelaan gehad, want kapelaan Te Molder kwam pas in 1958. | In september 1955 kwam Richter naar Beek als opvolger van [[Kessel, Robertus van|kapelaan Van Kessel]]. Na zijn vertrek werd hij opgevolgd door [[Molder, Johannes Henricus te|kapelaan Te Molder]]. Het is vooralsnog onduidelijk wanneer Richter is vertrokken; in 1956 of in 1958. Als dit in 1956 was, dan heeft Beek ongeveer twee jaar lang geen kapelaan gehad, want kapelaan Te Molder kwam pas in 1958. | ||
Huidige versie van 15 jul 2026 om 11:10
Alphonsus Maria Richter was van 1955 tot 1956 (1958?) kapelaan in de parochie Beek onder pastoor Walraven. Hij was een vreemde eend in de bijt van kapelaans, want hij was geen jonge priester, maar een oude pater. Hij was kruisheer, zoals de leden van de Orde van het Heilig Kruis in de wandeling worden genoemd. De afkorting OSC of OSCr die vaak achter de naam van kruisheren staat, komt van de Latijnse naam Ordo Sanctae Crucis.
Richter werd op 3 februari 1881 geboren Amsterdam als zoon van Hendrik Hermanus Richter en Catharina Walckes. Van 1896 tot 1903 bezocht hij het kleinseminarie van de paters lazaristen in Wernhoutsburg bij Zundert. Hier werd hij op 19 december 1900 wegens broederdienst vrijgesteld van militaire dienst.
Richter werd kruisheer, dus op zeker moment heeft hij besloten tot de overstap van de lazaristen naar de kruisheren. Op 6 oktober 1904 werd hij ingeschreven in de toenmalige gemeente Cuijk en Sint Agatha, waar zich in Sint Agatha het kruisherenklooster bevond. In het kloostergebouw is nu het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven gevestigd.
In de daaropvolgende jaren woonde Richter afwisselend in de kruisherenkloosters in Sint Agatha en in de Belgische plaatsen Diest en Hannuit. Op 21 mei 1910 werd hij door de bisschop van Den Bosch in de kathedraal van Sint Jan in Den Bosch tot priester gewijd.
Naar verluidt was hij "jarenlang leraar" in het klooster in Hannuit. Vermoedelijk was dit gedurende de eerste tien jaar na zijn wijding, want zijn eerste benoeming in een Nederlandse parochie die achterhaald kon worden is die in mei 1920 als assistent in 's-Heerenhoek, Zeeland. Daarna volgde een reeks andere plaatsen. Een incomplete opsomming is Amsterdam, Medemblik, Den Hoorn–Schipluiden (bij Delft), Dordrecht, Pannerden, Herveld en Rotterdam. De benoemingen waren steeds op voordracht van de generaal-overste van de kruisheren, omdat priesters die tot een kloosterorde behoren niet rechtstreeks door een bisschop benoemd kunnen worden. Dit geldt voor priester van alle kloosterorden, zoals bijvoorbeeld ook voor pater Kersten, die karmeliet was.
In september 1955 kwam Richter naar Beek als opvolger van kapelaan Van Kessel. Na zijn vertrek werd hij opgevolgd door kapelaan Te Molder. Het is vooralsnog onduidelijk wanneer Richter is vertrokken; in 1956 of in 1958. Als dit in 1956 was, dan heeft Beek ongeveer twee jaar lang geen kapelaan gehad, want kapelaan Te Molder kwam pas in 1958.
Pater Richter overleed in Rotterdam op 29 november 1963, 82 jaar oud. Hij werd begraven in Ridderkerk.
Bronnen
- WieWasWie
- Op Delpher:
- Berichten over zijn benoemingen door de jaren heen
- De Maasbode van 21 mei 1910
- Nieuwe Haarlemsche Courant van 1 januari 1935
- Kruisheren.eu