Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Jongerius, Bastianus

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 6 jul 2026 om 07:33 (Aanvulling uit toegevoegde bronnen (dode links verwijderd))
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Bastianus Jongerius was van augustus 1914 tot 1918 kapelaan in de parochie Zeddam onder pastoor De Graaff. Hij werd op 27 oktober 1879 geboren in Utrecht als zoon van Hermanus Jongerius en Mechtelina van Zijl.

Jongerius ontving zijn priesterwijding op 15 augustus 1908 van de aartsbisschop van Utrecht. Daarna was hij assistent in Winterswijk tot zijn benoeming tot kapelaan in Zeddam. Hier was hij de opvolger van kapelaan Overmeer. Bij zijn vertrek naar de stad Groningen in januari 1918 werd hij opgevolgd door kapelaan Büter.

Na het overlijden van pastoor De Graaff op 6 maart 1921 was Jongerius executeur van diens nalatenschap. In het boek Parochie Zeddam 1150-1975 staat dat Jongerius op genoemde datum overleed, maar hij wordt daar verward met De Graaff.

Uit De Graafschapbode van 2 september 1927

Jongerius was kapelaan in de Groningense parochie Heilig Hart van Jezus tot hij in september 1924 werd benoemd tot pastoor in het Drentse Klazienaveen. Hij trof daar grote armoede en werkeloosheid aan. Hij werd er lid van de Commissie tot Opbouw van Drenthe en kon zo als zoon van een tuinder met interesse in de tuinbouw de aanleg van kwekerijen en de organisatie van tuinbouwcursussen bewerkstelligen. Voor dit werk werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De onderscheiding werd hem toegekend bij koninklijk besluit nr. 34 van 26 juli 1927.

In 1935 werd Jongerius benoemd tot pastoor van de Sint Vitusparochie in Blaricum. Hier was hij in de oorlog actief in het verzet door onderduikers op te nemen en zendapparatuur van de illegaliteit te verbergen.

Op zijn tachtigste verjaardag in 1959 werd hij benoemd tot erekanunnik van het kathedraal kapittel van het bisdom Haarlem.

Pastoor Jongerius overleed op 14 september 1961, een maand voor zijn 82e verjaardag. Op 19 september werd hij begraven op het parochiekerkhof in Blaricum.

Bronnen