Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !
PAG-kanon
Het Böhler 4.7 cm Pantserafweergeschut, afgekort PAG, ook genaamd Infanterie-Geschut van 4,7 cm, was een destijds uiterst modern kanon van de Oostenrijkse staalfabriek Böhler. Zoals de naam al zegt, was het gericht tegen pantserwagens en tanks. Het PAG-kanon werd in 1938 in het Nederlandse leger ingevoerd. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog beschikte het over circa 386 stuks.
Een aantal Berghse militairen heeft een opleiding gehad om een of meer taken in de bediening van het PAG-kanon uit te voeren.
- Soldaat H.J.K. van Aalst (8 Com. Pag.)
- Soldaat W.H. Berntsen (1-IV Bat. Pag.)
- Soldaat L.W. Rosch (8 Com. Pag.)
- Korporaal B.A.W. van Uhm (43 Com. Pag.)
- Soldaat P.J. Visser (8 Com. Pag.)
- Soldaat J.H. Zweers (24 Com. Pag.)
Het PAG-kanon werd aangeschaft ter vervanging van het verouderde kanon van 6-veld (kortweg 6-veld) uit 1894. De 6-veld werd, net als het PAG-kanon, ingedeeld bij infanterie-eenheden. Nadelen van het verouderde kanon waren dat het hoog was en weinig effectief tegen gepantserde doelen. Het PAG-kanon was wel effectief tegen pantsers en had bovendien een laag profiel (vooral als de wielen afgekoppeld waren), zodat het minder zichtbaar was. De vervanging van het oude door het nieuwe kanon was bij de Duitse inval op 10 mei 1940 nog in volle gang, zodat ook de 6-veld toen nog ruimschoots is ingezet.
Voor de bediening van een PAG-kanon waren vijf man nodig: de schutter, de richter, de lader en twee munitiehalers (of -dragers). De eerste twee hadden meestal de rang van korporaal, de overige drie waren soldaat. Daarnaast waren er nog de stukscommandant (een sergeant), de chauffeur van de zogenaamde PAG-trekker en de motorordonnans. De motorordonnans was nodig, omdat de stukken vaak buiten elkaars zicht stonden opgesteld. Zo kon het contact tussen de stukken en de commandanten worden onderhouden. Drie kanonnen vormden een sectie (peloton) met een luitenant als commandant; twee secties vormden een compagnie met een kapitein als commandant.
De eerdergenoemde PAG-trekker was een soort autobus zonder dak. Deze Trado-4 (een afkorting van Van der Trappen-Van Doorne) werd gebouwd bij DAF en was had "Cellastic" kogelvrije banden. Aanvankelijk werd nog gedacht aan een paard om het kanon met de munitiewagen te trekken. Over korte afstanden kon het kanon met mankracht verplaatst worden.
Bij grotere verplaatsingen trok de trekker het kanon en vervoerde de soldaten en de munitie. De stukscommandant zat dan als duopassagier bij de motorordonnans achterop. Een volle voorraad munitie bestond uit ongeveer 400 brisantpantsergranaten (bpg) of gewone brisantgranaten (bg). Een getrainde bemanning kon vijftien schoten per minuut lossen.
De meeste PAG-kanonnen stonden opgesteld in de Grebbelinie. De Duitsers kenden dit kanon goed (het kwam immers uit Oostenrijk, dat in 1938 door Duitsland was geannexeerd), zodat zij hier geen tanks en pantserwagens hebben ingezet. De vuurkracht van het PAG-kanon kon daar dus niet ten volle worden uitgebuit.