Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Werf, Johannes Gerardus Coenraad Petrus van der

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 8 mrt 2026 om 11:54 (Aanvulling uit toegevoegde bronnen)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Johannes Gerardus Coenraad Petrus van der Werf was van 30 april 1942 tot 26 juni 1944 NSB-burgemeester van de gemeente Bergh. Hij werd aangesteld nadat burgemeester Nederveen door de Duitse bezetter was ontslagen.

Van der Werf werd op 3 maart 1899 geboren in Amersfoort als zoon van Johannes Simon van der Werf en Gerarda Johanna Hopman.

KNIL-militair

Van der Werf begon op 17 september 1917 een officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Op 30 juli 1921 werd hij bij koninklijk besluit № 31 als 2e luitenant van het Wapen der Artillerie benoemd bij het leger in Nederlands-Indië. Vervolgens vertrok hij op 31 december met het stoomschip Goentoer naar de Oost. Na aankomst op 3 februari 1922 werd hij geplaatst bij de 3e Kustcompagnie in Tjilatjap op de zuidkust van Java (de tegenwoordige spelling is Cilacap). Op 7 april 1922 werd hij bij gouvernementsbesluit № 17 bevorderd tot 1e luitenant.

In Tjilatjap trouwde hij op 25 oktober 1922 met Maria Catharina Veldmeijer, geboren in Velsen op 15 november 1898 als dochter van Evert Veldmeijer en Wiebigje de Jong. Het huwelijk werd gesloten in de gemeente Soest, waar zijn bruid toen nog woonde. Hij trouwde dus met de handschoen. Zijn gevolmachtigde was zijn aanstaande zwager Sies Veldmeijer.

Zijn vrouw is vervolgens naar Tjilatjap vertrokken, waar op 10 oktober 1923 hun zoon Johannes Marinus werd geboren. Deze is op 2 april 1943 op 19-jarige leeftijd in 's-Heerenberg overleden.

Op 3 april 1924 werd hij overgeplaatst naar de Motorartillerie op het vliegveld Soekamiskin bij Bandoeng. Hier was hij gestationeerd tot hij op 8 juni 1925 met het stoomschip Vondel naar Nederland vertrok, waar hij overging naar de Koninklijke Landmacht. Bij koninklijk besluit № 33 van 15 april 1925 werd de datum van zijn overgang naar de Landmacht vastgesteld op 2 juli 1925.

Hij diende bij het 8e Regiment Veldartillerie in Ede en werd na enkele overplaatsingen en detacheringen in oktober 1937 geplaatst bij het Korps Luchtdoelartillerie in Utrecht. Daar werd hij bij koninklijk besluit № 43 van 4 april 1938 per 1 mei 1938 benoemd tot kapitein.

De Tweede Wereldoorlog

Van der Werf als krijgs- gevangene in zijn kapiteins- uniform

Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 werd Van der Werf met de XIV Afdeling Luchtdoelartillerie ingezet bij de verdediging van Amsterdam.

Over zijn politieke activiteiten zijn geen gegevens voorhanden. Op zeker moment is hij lid geworden van de NSB en heeft binnen de partijorganisatie zodanige ervaring opgedaan dat hij op 30 april 1942 als opvolger van burgemeester Nederveen werd aangesteld. Een van zijn medewerkers was M.A. Smit. Op 26 juni 1944 werd Van der Werf opgevolgd de NSB'er A. Pinkster.

Op die dag werd hij gearresteerd in Amersfoort. De reden hiervoor is niet bekend, maar hij werd als krijgsgevangene beschouwd en overgebracht naar Stalag IV-B. Zijn krijgsgevangenennummer was 271390. Stalag staat voor Stammlager of voluit Mannschaftsstamm- und Straflager, een krijgsgevangenenkamp voor manschappen en onderofficieren. Stalag IV-B lag bij Mühlberg ten oosten van Leipzig. Als officier hoorde hij hier niet thuis, zodat hij al na een week, op 4 juli, werd overgeplaatst naar Oflag 67 bij Neubrandenburg in het noorden van het huidige Bundesland Mecklenburg-Voor-Pommeren. Oflag staat voor Offizierslager. Oflag 67 werd op 28 april 1945 door het Rode Leger bevrijd. Eind mei 1945 werden de geïnterneerden door de geallieerden gerepatrieerd, maar dat heeft Van der Werf niet afgewacht. Al op 29 april, de dag na de bevrijding, heeft hij het kamp op eigen houtje verlaten.

Na de oorlog

Na de oorlog is Van der Werf veroordeeld voor zijn collaboratie met de Duitse bezetter. Bij de behandeling van zijn zaak waren betrokken de Politieke Recherche Afdeling in Doetinchem en in Alkmaar, het tribunaal in Arnhem en de procureur-fiscaal in Arnhem. Welk vonnis tegen hem werd uitgesproken is vooralsnog onbekend. Het is te vinden in zijn strafdossier, dat bewaard wordt in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), dat is ondergebracht bij het Nationaal Archief in Den Haag. Dit archief is sinds 1 januari 2025 beperkt openbaar via de online databank Oorlog voor de rechter. Hierin zijn de namen van de betrokkenen te vinden, maar de dossiers zelf zijn vooralsnog alleen na reservering in te zien in een studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag. Scans zijn ook in te zien bij de Regionaal Historische Centra in de provinciehoofdsteden en bij het NIOD in Amsterdam.

Van der Werf in na de oorlog weer in 's-Heerenberg gaan wonen. In 1959 woonde hij daar althans op het adres Peeskesweg 8. Mogelijk woonde hij daar nog steeds toen zijn vrouw op 15 oktober 1970 in Doetinchem overleed, een maand voor haar 82e verjaardag.

Verdere gegevens over Van der Werfs levensloop ontbreken.

Bronnen

  • Archieven.nl
  • Nationaal Archief, 2.13.04 Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, (1750) 1814-1945 (1964), inventarisnummers 647 (folionummer 173) en 686 (folionummer 159)
  • Op Delpher:
    • De Preanger-Bode van 24 november 1922 en 12 oktober 1923
    • Bredasche Courant van 12 mei 1932 en 9 oktober 1937
    • Nederlandsche Staatscourant van 6 april 1938 en 26 november 1945
  • Nederlands Instituut voor Militair Historie, inventarisnummer 540086: Verslag van de XIVe Afdeling Luchtdoelartillerie door kapitein J.G.C.P. van der Werf
  • Oorlog voor de rechter, inventarisnummer 88014 (dossier 596), inventarisnummer 27650 (dossier 3786) en inventarisnummer 3352 (dossier 2862)