Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Koninklijke Marechaussee

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Koninklijke Marechaussee is het onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht dat politietaken uitvoert. Het korps werd op 26 oktober 1814 door koning Willem I opgericht. Voor de Tweede Wereldoorlog verrichtte de Marechaussee ook civiele politietaken, maar die werden na de bevrijding in 1945 overgedragen aan het toen opgerichte Korps Rijkspolitie. Door een Duitse maatregel in de Tweede Wereldoorlog verloor de Marechaussee op 15 juli 1940 zijn militaire status en het predicaat koninklijk, en werd samengevoegd met de rijks- en de gemeenteveldwacht.

Lange tijd werden de leden van de Koninklijke Marechaussee verspreid door het land in kleine kazernes of andere behuizingen gelegerd. Het eerste detachement in de gemeente Bergh arriveerde op 8 oktober 1892. Het bestond uit twee marechaussees afkomstig uit Ruurlo en Neede, te weten de brigadier Matheus Deij en de marechaussee Veerman. Zij worden ondergebracht bij rijtuigverhuurder Lambertus Johannes Sliepenbeek voor fl 1,60 per dag voor man en paard.

In 1895 werd in opdracht van de Leopold vorst van Hohenzollern, graaf van Bergh, aan de hoftimmerman van Huis Bergh, Arnold te Wiel uit Azewijn, opdracht gegeven om aan de noordkant van de boerderij van Evers, het huidige grenscafe "de Peer", een kazerne te bouwen met daarin een woning voor de brigadecommandant, een verblijf voor de vrijgezellen en een stal voor de paarden. De eerste bewoner was brigadecommandant Frederik Pieter Willem van der Wiele. Daarvoor was het personeel gehuisvest bij de buitengewoon gemeenteveldwachter Bernardus Johannes Gunsing in de Molenstraat.

In 1913 verhuisde brigadecommandant Gerrit Kelder met zijn gezin naar de tot marechausseekazerne te verbouwen villa aan de Emmerikseweg op de hoek van de huidige Plantsoensingel Zuid.

Op 1 november 1917 was de verbouwing klaar en verhuisde ook de brigade. Het kapitale pand bestond uit een woning en een bureel voor de brigadecommandant, een woning voor een tweede gezin en een kamer en een keuken voor ongehuwden. Aan de overzijde van het plein achter het gebouw kwam een stal voor acht paarden met aan het noordeinde een kamer voor een ongehuwde en aan de zuidzijde de zadelkamer en de rijwielbergplaats.

Na de Tweede Wereldoorlog is de paardenstal verbouwd tot garage, omdat er geen bereden brigade meer was. In plaats van paarden kwamen er jeeps. De werkzaamheden van de brigade bestonden uit de militaire politiezorg voor militairen die in het bewakingsgebied verbleven of woonden. Dit omvatte onder meer de afhandeling van strafbare feiten begaan door militairen. Daarnaast was de brigade belast met de bewaking van de Groene Grens. Deze bewaking berustte op het bewakingsvoorschrift van 1948 en later op de vreemdelingenwet, en hield in dat er controle kon plaatsvinden van personen waarvan vermoed werd dat zij Nederland in of uit zouden reizen. De persoonscontrole aan de doorlaatposten in het bewakingsgebied was opgedragen aan de douane. Tevens was de brigade belast met het afgeven van toeristenkaarten en de documenten betreffende het kleine grensverkeer. Na de opheffing van de brigade in 1973 werd deze service voortgezet door elke woensdag zitting te houden op het gemeentehuis in 's-Heerenberg. Bij de opheffing van de grenscontrole in 1993 in het kader van het akkoord van Schengen verviel de noodzaak en werd de service gestopt.

In 1966 bestond de brigade uit acht personeelsleden, te weten een adjudant-onderofficier als brigadecommandant, een wachtmeester 1e klas als plaatsvervangend brigadecommandant en zes marechaussees. Deze bezetting bleef bestaan tot februari 1973. Voor de ongehuwden bestond het zogenaamde kazerneringbeginsel. Dit hield in dat alle ongehuwde personeelsleden en personeel dat gehuwd was doch niet in de standplaats woonde, verplicht was om op de brigade te wonen. Dit beginsel werd later afgeschaft. Vaak waren niet alle personeelsleden aanwezig. Tijdens onrust in bijvoorbeeld Amsterdam werden zij regelmatig gedetacheerd bij de gemeentepolitie aldaar. Dit bracht natuurlijk een extra belasting voor de achterblijvers met zich mee.

Het zogenaamde bewakingsgebied van de brigade bestond, na de opheffing van de brigade Dinxperlo op 1 juli 1965, uit de gemeenten Bergh, Doetinchem, Wehl, Hummelo en Keppel, Gendringen, Dinxperlo en Zelhem. Hoewel de doorlaatpost Bergh Autoweg gelegen was op het grondgebied van de gemeente Bergh werd zij bediend door de brigade Zevenaar.

De kazerne in 's-Heerenberg heeft 55 jaar bestaan, van 1 november 1917 tot en met 30 juni 1973. Op 29 september 1972 vierde Brigadecommandant Jan Stemerdink zijn afscheid. Hij werd na zijn vertrek opgevolgd door de adjudant-onderofficier Auke Gorter, afkomstig van de brigade Lobith. Deze heeft echter nooit in de dienstwoning gewoond en werd in februari 1973 overgeplaatst naar Ter Apel, waar hij brigadecommandant werd.

Vanaf februari 1973 tot 1 juli 1973 bestond de bezetting nog uit twee personeelsleden, namelijk de opperwachtmeester Maertzdorf als waarnemend brigadecommandant en de wachtmeester Dirk Christiaan Kolstee, die de dienstwoning aan de Plantsoensingel Zuid 2 bewoonde. Per 1 juli 1973 werden beiden geplaatst bij de brigade Zevenaar. Per 1 oktober 1973 verliet de wachtmeester Kolstee de dienstwoning en stond het gebouw definitief leeg. Zo eindigde het zoals het begon op 8 oktober 1892 met een detachement van twee marechaussees afkomstig uit Ruurlo en Neede, te weten de brigadier Matheus Deij en de marechaussee Veerman.

Op 21 augustus 1973 berichtte inspecteur W.J. van Offeren van de Domeinen in Arnhem "dat het Departement van Defensie geen bestemming meer heeft voor de Marechausseekazerne."

Binnen de toenmalige gemeente Bergh is lang nagedacht over een nieuwe bestemming voor het pand. Men heeft gedacht aan herbestemming als politiebureau of openbare bibliotheek. Op 10 maart 1989 werd er besloten om het pand te slopen, omdat verbouw tot wooneenheden te duur zou zijn.

Voordat tot sloop zou worden overgegaan moest er nog alternatieve ruimte worden gevonden voor de gebruikers. Het was namelijk een kantoorruimte geworden voor de schoolraad Oost-Gelderland en werd tevens gebruikt als opslag voor de 's-Heerenbergse toneelvereniging Dr. Alphons Ariëns.

Op 3 januari 1991 is de voormalige kazerne voor 15.000 gulden overgedragen aan de Woningbouwvereniging Bergh en is het vanaf 1993 in gebruik als drie wooneenheden.

De voormalige marechausseekazerne en de dienstwoningen zijn sinds 18 juni 2002 gemeentelijke monumenten. Aan de Emmerikseweg zijn dit de monumentnummers 33, 34 en 35, en aan de Plantsoensingel Zuid de monumentnummers 65 en 66.

Dronken

In de Nieuwe Tilburgse Krant van zondag 5 december 1897 stond het volgende geschreven:

Het gebouw van de koninklijke Marechaussee te 's-Heerenberg is gebouwd onder één kap met een Herberg...


Bronnen