Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Sliepenbeek, Lambertus Johannes

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Lambert Sliepenbeek werd op 1 juli 1861 geboren in Lengel als zoon van Johannes Sliepenbeek en Johanna Berendsen. Hij trouwde op 5 juni 1886 in Bergh met Antonetta Henrica Menting, geboren op 15 januari 1866 in 's-Heerenberg als dochter van Hendrik Menting en Grada Berntsen.

Zijn kinderen

Zijn kinderen werden geboren in 's-Heerenberg.

  • Gerhardus Johannes Maria, geboren 13 augustus 1887
  • Maria Theodora Johanna, geboren op 30 april 1889, overleden in 's-Heerenberg op 6 april 1890, elf maanden oud
  • Antonius Henricus (Antoon), geboren op 24 februari 1891
  • Bernardus Joseph Maria, geboren op 25 augustus 1893
  • Maria Johanna Albertha, geboren op 17 oktober 1894
  • Zoon, levenloos geboren op 15 juni 1896
  • Johannes Vincentius Maria, geboren op 19 juli 1897
  • Antonetta Lamberta Maria, geboren op 12 december 1898
  • Henrica Wilhelmina Maria, geboren op 25 september 1900
  • Josephina Gerharda Maria (Fien), geboren op 13 maart 1903
  • Johanna Maria Antonia (Jo), geboren op 22 mei 1905
  • Pancratius Bernardus Maria, geboren op 21 oktober 1908

Logementhouder in 's-Heerenberg

Door zijn huwelijk werd Sliepenbeek de opvolger van zijn schoonvader als logementhouder van Hôtel Molenpoort in de Molenpoortstraat in 's-Heerenberg. Reizigers konden er ook hun paarden stallen en er was tevens een levensmiddelen- en tabakswinkel. Voor de deur was vanaf 1902 een halte van de Tramweg Zutphen-Emmerik.

Op 8 oktober 1892 werd het eerste detachement van de Koninklijke Marechaussee in 's-Heerenberg gelegerd. Het bestond uit slechts twee man, die werden ondergebracht bij Sliepenbeek voor fl 1,60 per dag voor man en paard. Hij verhuurde ook het woonhuis van kostschoolhouder Kouwenberg, die begin 1892 was overleden

Sliepenbeek heeft altijd meer hart gehad voor het boerenbedrijf dan voor de horeca, en rond 1910 besloot hij een boerderij te kopen.

Sliepenbeek tramhalte
Een advertentie van Hôtel de Molenpoort uit het begin van de twintigste eeuw
Tramhalte Molenpoort
Hôtel L.J. Sliepenbeek
Advertentie van Sliepenbeek voor de verhuur van een pand dat hij in 's-Heerenberg bezat. Uit Het Nieuws van den Dag van 12 april 1892


Boer in de Kempen

Lambert Sliepenbeek en zijn vrouw op latere leeftijd

Sliepenbeek had gehoord dat er in de Kempen goede mogelijkheden waren een boerderij te beginnen, en toen er in Bladel een grote boerderij te koop was, kocht hij die. Hij was bijna vijftig jaar toen hij op 19 mei 1911 met zijn gezin werd ingeschreven in Bladel. Zij waren daar de eerste Geldersen, maar er zouden er nog meerdere volgen.

De Gelderse import bracht vernieuwing in de landbouwmethoden in de Kempen. De potstal maakte plaats voor de Hollandse stal en Sliepenbeek was de eerste in de streek die kaas maakte. Verder zette de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond op zijn bedrijf een fokstation op voor het veredelde Duitse landvarken.

Sliepenbeek boerde goed, maar op 10 mei 1917 werd zijn hoeve samen met twee naastgelegen boerderijen door brand verwoest. Een paar maanden later werd begonnen met de bouw van een nieuwe boerderij. In de voorgevel werd de naam "Geldersche Hoeve" gemetseld. De nieuwbouw trok veel bekijks omdat het ontwerp nogal afweek van de traditionele Brabantse langgevelboerderij.

Door de jaren heen heeft Sliepenbeek meerdere knechten uit Bergh en omgeving gehad. Het bevolkingsregister van Bladel vermeldt H. Bruins, H. Geurts en H. Keulen uit Bergh, A. Drijver en G. Kraaijvanger uit Didam, en G. Koster en A. Welling uit Wehl.

Van zijn kinderen werd alleen zoon Antoon boer. Hij bouwde in de buurt een eigen boerderij, maar voor de Geldersche Hoeve was er geen opvolger, zodat Sliepenbeek zijn boerderij verkocht toen hij ongeveer zeventig was. Hij ging toen met zijn vrouw en twee ongetrouwde dochters Fien en Jo dichter bij Bladel wonen. Daar overleed op 23 december 1934, 73 jaar oud. Hij werd begraven in het familiegraf op het oude kerkhof in 's-Heerenberg. Zijn vrouw, die op 7 december 1943 overleed, en zijn dochters Fien en Jo werden daar later ook begraven.

Bronnen