Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Stuers, Hubert Joseph Jean Lambert de

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Hubert de Stuers.jpg
Het wapen
van Hubert de Stuers

Zijn gezin

Hubert Joseph Jean Lambert ridder de Stuers was KNIL-officier. Hij werd op 16 november 1788 geboren in Roermond als zoon van Pierre Jean Joseph Bernard ridder de Stuers en Petronella Jeanna Louisa de la Court. François de Stuers was een van zijn broers.

De Stuers trouwde op 15 oktober 1830 in Den Bosch met zijn nicht Cornelia Cathérine Antoinette Pauline de la Court, geboren aldaar op 13 maart 1802 als dochter van Paulus Emmanuël Antonius de la Court en Maria Johanna Theresia van Bommel. Zijn vrouw overleed op 12 oktober 1831 aan boord van het fregatschip Neêrlands Koning op weg naar Nederlands-Indië. Meer hierover is te lezen in de paragraaf In dienst van het KNIL hieronder.

De Stuers hertrouwde op 28 augustus 1838 in Brussel met Hortense Joséphine Constance Beyens, geboren aldaar op 20 november 1814 als dochter van Jean Baptiste Justin Beyens en Isabella Adelaïda Constance Fonteyne.

De Stuers overleed in Maastricht op 13 april 1861 en werd aldaar begraven in het familiegraf dat in dat jaar werd aangelegd op de begraafplaats aan de Tongerseweg. Zijn tweede vrouw overleed op 28 mei 1869 in Parijs, maar werd ook in het Maastrichtse familiegraf begraven. Ook zijn zoon Victor en diens vrouw zijn hier begraven.

Zijn kinderen

Uit zijn huwelijk met Hortense Beyens werden vier kinderen geboren.

Bovendien had hij met een onbekende Boeginese vrouw een buitenechtelijke zoon:

  • Karel van der Heijden, geboren in Batavia op 12 januari 1826. Hij werd geadopteerd door Jean van der Heijden en Wilhelmina Siebing. Hij groeide op in Nederland, nam in 1841 dienst bij het KNIL en bracht het daar tot generaal. In 1887 werd hij commandant van het Militair Invalidentehuis Bronbeek bij Arnhem, waar hij op 24 januari 1900 overleed.


Zijn militaire loopbaan

In Bataafse, Hollandse, Franse en Nederlandse dienst

De Stuers begon zijn militaire loopbaan op 3 juli 1803 toen hij als 14-jarige vrijwillig dienst nam in het leger van de Bataafse Republiek. Het was de tijd waarin de Franse keizer Napoleon Bonaparte de ontwikkelingen in Europa bepaalde, zodat De Steurs als militair het nodige heeft meegemaakt. Hij diende in het leger van een Franse vazalstaat en uiteindelijk in het Franse leger.

In de zomer van 1805 bracht hij enkele weken door aan boord van het schip Drie Gebroeders op de rede van Texel. Eenheden van het Bataafse leger werden toen ingescheept om Napoleon te steunen bij een voorgenomen invasie van Engeland – die niet door is gegaan. Na de ontscheping werd zijn onderdeel ingezet in de Derde Coalitieoorlog, waarin Frankrijk en zijn bondgenoten streden tegen een coalitie van Groot-Brittannië, Oostenrijk, Rusland, Napels en Zweden. De coalitie werd op 2 december 1805 verpletterend verslagen in de Slag bij Austerlitz.

In 1806 werd de Bataafse Republiek omgevormd in het Koninkrijk Holland met Lodewijk Napoleon als koning. De Stuers heeft toen in Hollandse dienst aan een aantal veldtochten deelgenomen. In mei 1809 deed hij als stafofficier van generaal Carteret mee aan de Slag om Stralsund in Noord-Duitsland (dat toen in Zweedse handen was). Stralsund werd veroverd, maar generaal Carteret sneuvelde en De Stuers' paard werd onder hem vandaan geschoten. Na de slag werd hij overgeplaatst naar de staf van een andere generaal en een maand later, op 27 juni, benoemd tot aide de camp (adjudant) van maarschalk Dumanceau, de commandant van het Hollandse leger.

Met maarschalk Dumanceau trok hij naar Zeeland, waar op 30 juni een Britse invasiemacht op Walcheren was geland. Het doel van de Britten was Antwerpen te veroveren, maar na aanvankelijke successen stokte de opmars toen grote aantallen Britse soldaten stierven aan de complicaties van malaria ("Zeeuwse koorts"). Toen de Britten na een maand besloten zich terug te trekken, werd De Stuers op 6 september overgeplaatst naar het Regiment Kurassiers van de Garde van de Koning.

In 1810 annexeerde Frankrijk het Koninkrijk Holland, waarna het Regiment Kurassiers van de Garde van de Koning werd omgevormd in het 2e Garderegiment Lansiers van de Keizerlijke Garde. In 1812 nam hij met dit regiment deel aan Napoleons veldtocht naar Rusland. Zijn broer Lambert maakte de veldtocht naar Rusland mee met het 2e Garderegiment Jagers te voet.

Bij De Stuers' lansiersregiment dienden toen ook:

Op 16 juni 1815 nam hij deel aan de Slag bij Quatre Bras en daarna op 18 juni, nog steeds aan Franse zijde, aan de Slag bij Waterloo. Napoleon werd toen definitief verslagen, waarna zijn Grande Armée op 5 juli werd ontbonden. Als gevolg werd De Stuers op non-actief gesteld, maar korte tijd later nam hij dienst in het nieuwe Nederlandse leger.

In dienst van het KNIL

Op 18 oktober 1817 werd De Stuers overgeplaatst naar het leger in Indië, maar voor hij kon vertrekken werd hij afgekeurd en eervol ontslagen, zijnde door zijn ligchaamsgestel ongeschikt bevonden om aan alle verpligtingen te voldoen, welke aan eenen officier kunnen worden opgelegd.

Zijn gezondheid verbeterde, want twee jaar later, op 8 februari 1820 werd hij weer tot de dienst toegelaten. Op 6 september van dat jaar vertrok hij van Hellevoetsluis met het zeilschip Baron Van der Capellen en kwam op 26 december in Batavia aan.

In Indië vervulde hij een aantal achtereenvolgende functies.

Datum Functie
19 januari 1821 Commandant van Solo (Soerakarta) op Midden-Java. Tevens werd hij à la suite (honorair) benoemd bij het Regiment Huzaren van het KNIL.
15 mei 1821 Commandant van Malakka (waar Nederland destijds nog bezittingen had)
3 september 1821 Waarnemend chef-staf van de Infanterie en Cavalerie
15 januari 1822 Adjudant van gouverneur-generaal Van der Capellen
In 1822–1823 Commandant van een strafexpeditie tegen opstandige Chinezen op de westkust van Borneo. Bij het innemen van een Chinees fort liep hij aan beide voeten snijwonden op door bamboe en raakte hij gewond door een steekwapen en een ontploffend kruitvat.
In 1824 Commandant van een strafexpeditie tegen Tanette en Soepa op Zuid-Celebes. Voor zijn gedrag tijdens beide strafexpedities werd hij onderscheiden met de Militaire Willemsorde 3e klasse.
In 1824–1829 Commandant en resident van Padang en onderhorigheden op West-Sumatra.
12 februari 1829 Op eigen verzoek eervol uit zijn functies ontslagen.
21 september 1829–
23 februari 1830
Waarnemend chef van de algemene staf.
Uit de Javasche Courant van 23 maart 1830
Volgens dit bericht zou De Stuers met zijn echtgenote reizen,
maar in die dagen was hij nog niet getrouwd.
Uit de Opregte Haarlemsche Courant van 22 maart 1832

Op 3 maart 1830 werd hem een tweejarig verlof in Nederland verleend, waarna hij op 21 maart met het schip Raijmond vertrok naar Antwerpen (dat toen nog Nederlands was).

Zoals hierboven al vermeld, trouwde hij op 15 oktober 1830 in Den Bosch met zijn nicht Cornelia Cathérine Antoinette Pauline de la Court. Niet lang daarna begonnen de voorbereidingen voor de terugkeer naar Indië: op 16 november werd hij bevorderd tot generaal-majoor en benoemd tot opperbevelhebber van het KNIL. De terugreis begon op 7 juli 1831 met het fregatschip Neêrlands Koning, dat van Hellevoetsluis vertrok. Aan boord was ook de tamboer Kieken.

De aankomst in Batavia was op 21 oktober, maar kort tevoren, op 12 oktober, was zijn vrouw aan boord overleden. Na amper een jaar huwelijk was De Stuers weduwnaar. Zijn vrouw kreeg geen zeemansgraf, maar haar stoffelijk overschot werd in een loden kist met de Neêrlands Koning naar Nederland overgebracht en in Den Bosch ter aarde besteld.

De bevelsoverdracht over het KNIL vond plaats op 2 november 1831, waarna De Stuers deze functie vier jaar zou uitoefenen. Zijn broer François zou deze post na hem van 1853 tot 1858 bekleden. Tijdens zijn ambtsperiode sneuvelde in 1833 op Sumatra luitenant Karel Rietveld.

Vanwege dringende gezondheidsredenen kreeg De Stuers op 20 maart 1835 toestemming zijn functie neer te leggen en naar Nederland terug te keren. Al op 28 maart vertrok hij met het schip Helena Christina. Terug in Nederland vestigde hij zich na enige tijd in Maastricht. Hij was er lid van de Gedeputeerde Staten van Limburg en van de gemeenteraad van Maastricht. Na de grondwetshervormingen van 1848 legde hij zijn publieke functies neer.

Bij Koninklijk Besluit van 20 april 1841 werd hij in de adelstand verheven met de titel ridder, die op de eerstgeborene overerfde.

De Stuers overleed in Maastricht op 13 april 1861.

Zijn band met de Boetselaersborg

De Stuers' vader vestigde zich in 1801 met zijn gezin op de Boetselaersborg. Het is aannemelijk dat Hubert toen als 13-jarige met zijn ouders is meegekomen. Aangezien hij pas in 1803 in militaire dienst trad, zal hij zeker twee jaar daadwerkelijk in 's-Heerenberg hebben gewoond.

Ook na zijn terugkeer uit Nederlands-Indië heeft hij enige tijd in 's-Heerenberg gewoond, naar alle waarschijnlijkheid op de Boetselaarsborg. In april 1836 heeft hij bij notaris Pennink in Didam een tweetal akten laten opstellen. Als zijn woonplaats wordt daarin 's-Heerenberg vermeld.

Zijn zoon Alphonse heeft de Boetselaarsborg in 1881 gekocht na het overlijden van diens oom François de Stuers.

Rangen en onderscheidingen

  • 27 oktober 1806: 2e luitenant
  • 26 juni 1809: 1e luitenant
  • 21 juni 1811: kapitein
  • In juli 1815: majoor
  • 1 november 1815: luitenant-kolonel
  • 24 juli 1824: kolonel
  • 16 november 1830: generaal-majoor

Bronnen