Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

22e Grensbataljon: verschil tussen versies

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
(Nieuwe pagina aangemaakt met 'thumb|right|700px|<center>'''De Grensbataljons in [[Liemers en Achterhoek</center>]] = De taak van het 22e Grensbataljon = Bij de [...')
 
k (Grensdetachement 9, 10 en 11: correctie)
 
Regel 94: Regel 94:
 
Nadere gegevens over deze detachementen ontbreken nog, maar in elk geval de commandant van de 1e sectie, 1e luitenant [[Heemskerck Veeckens, Arnoldus Consantinus van|A.C. van Heemskerck Veeckens]] is in 's-Heerenberg krijgsgevangen genomen. Het is dan waarschijnlijk dat in elk geval grensdetachement 7 krijgsgevangen is genomen.
 
Nadere gegevens over deze detachementen ontbreken nog, maar in elk geval de commandant van de 1e sectie, 1e luitenant [[Heemskerck Veeckens, Arnoldus Consantinus van|A.C. van Heemskerck Veeckens]] is in 's-Heerenberg krijgsgevangen genomen. Het is dan waarschijnlijk dat in elk geval grensdetachement 7 krijgsgevangen is genomen.
  
=== Grensdetachement 9, 10 en 11 ===
+
=== Grensdetachementen 9, 10 en 11 ===
 
De grensdetachementen 9, 10 en 11 werden gevormd door de 2e sectie van 3-19 GB. Grensdetachement 9 lag aan de Millingseweg in [[Megchelen]], grensdetachement 10 aan de Anholtseweg in [[Gendringen]] en grensdetachement 11 aan de Engbergseweg in Voorst.
 
De grensdetachementen 9, 10 en 11 werden gevormd door de 2e sectie van 3-19 GB. Grensdetachement 9 lag aan de Millingseweg in [[Megchelen]], grensdetachement 10 aan de Anholtseweg in [[Gendringen]] en grensdetachement 11 aan de Engbergseweg in Voorst.
  

Huidige versie van 23 mrt 2026 om 11:10

De Grensbataljons in Liemers en Achterhoek

De taak van het 22e Grensbataljon

Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 was het 22e Grensbataljon (22 GB) gelegerd langs de Duitse grens in de gemeenten Zevenaar, Bergh en Gendringen. In de gemeente Didam lag ook een deel, terwijl de commandopost van 22 GB was gevestigd in Westervoort.

De taak van de grensbataljons was, kort samengevat, de opmars van de Duitse troepen te vertragen, niet om ze tegen te houden. Zodra de vijand de grens overschreed, moesten voorbereide wegversperringen worden opgeworpen ("gesteld") en bij nadering van de vijand onder vuur worden genomen. Er waren zogenaamde aspergeversperringen, metalen palen die schuin naar voren in de naderingsrichting in het wegdek werden gestoken. Eerder al was er ter voorbereiding een betonnen balk overdwars in het wegdek verzonken met daarin de gaten voor de palen. Een andere mogelijkheid was bomen met explosieven snel te "kappen" zodat ze over de weg vielen. Ook konden bruggen worden opgeblazen.

Waargenomen grensoverschrijdingen moesten direct aan de compagniescommandopost worden doorgegeven, zo mogelijk telefonisch, anders per motorordonnans. De informatie werd vervolgens per zender (als die werkte) doorgegeven aan de bataljonscommandopost, die ze doorstuurde naar hogere commandanten. De troepen in de IJssellinie waren dan in de hoogste staat van paraatheid.

In april 1940 verviel de instructie de versperringen onder vuur te nemen en moest direct, en niet na eerst te vuren, tactisch worden teruggetrokken langs een van tevoren vastgestelde en verkende route. 22 GB moest de IJssel oversteken en daar het 3e bataljon van het 35e Regiment Infanterie (III-35 RI) versterken. 35 RI bemande de zuidelijke helft van de IJssellinie van Westervoort tot vlak bij Deventer. III-35 RI had het vak van Westervoort tot Doesburg toegewezen gekregen. 22 GB kon de IJssel oversteken bij Westervoort, Lathum en Bingerden.

22 GB was het meest zuidelijke van de grensbataljons die onder het bevel van de Territoriaal Bevelhebber Overijssel (TBO) stonden.
35 RI viel onder de Commandant Veldleger.

Samenstelling en posities

De grensbataljons bestonden naast de stafcompagnie uit drie gevechtscompagnieën. Op 9 april 1940 vond er een reorganisatie plaats, waarbij de 1e compagnie van 22 GB (1-22 GB) naar de IJssellinie werd verplaatst en daar als 4e compagnie werd toegevoegd aan III-35 RI (4-III-35 RI). Ter compensatie werd de 3e compagnie van 19 GB (3-19 GB) aan 22 GB toegevoegd. 19 GB lag ten noorden van 22 GB, maar had slechts vier grensovergangen te bewaken, terwijl 22 GB er elf had.

Op 10 mei 1940 waren de gevechtscompagnieën van 22 GB aldus 2-22 GB, 3-22 GB en 3-19 GB. Helaas was 22 GB, ook in deze samenstelling, ver onder de organieke sterkte. Geschat wordt dat er in plaats van 450–500 man minder dan 300 man waren.

De gebeurtenissen op 10 mei 1940

De commandopost van 22 GB

Majoor A. van Soest, commandant van 22 GB, heeft op 19 mei 1940 een verslag geschreven over zijn belevenissen op 10 mei. Vanaf 's nachts 3 uur waren er meldingen over grensoverschrijdingen op zijn commandopost in Westervoort binnengekomen, gevolgd door meldingen dat de voorbereide versperringen waren "gesteld". Nadat dit alles was doorgegeven aan hogere commandanten is hij volgens instructie met zijn personeel in auto's rond 04:45 weg gegaan naar de IJssel. De groep bestond uit een kleine dertig man.

Het viel niet mee. Een Duitse pantsertrein op een spoorwegviaduct heeft de groep beschoten. Die pantsertrein kon niet verder omdat de Nederlanders kort tevoren de spoorbrug hadden opgeblazen. Op het oversteekpunt over de IJssel bleken de motorvlotten (motorvletten?) op de andere oever te zijn. Aangezien er al gevochten werd, was oversteken op die plek niet meer mogelijk. De groep is toen langs de oostoever van de IJssel, deels onder vuur, naar het punt gelopen waar de IJssel van de Rijn aftakt. Daar kon een sleepboot worden gevorderd, die hen naar de Rijnkade in Arnhem heeft gebracht.

In gevorderde auto's is de groep vervolgens zonder verliezen aangekomen op de commandopost van III-35 RI in Velp. Daar trof majoor Van Soest ongeveer zeventig man van zijn bataljon die in Lathum de IJssel waren overgestoken. Zij waren merendeels afkomstig van de 2e sectie van 2-22 GB uit Kilder en van het detachement van 3-22 GB dat aan de Peeskesweg in Beek had gelegen. In het navolgende is hierover meer te lezen.

Rond halfelf in de ochtend van 10 mei werden in Velp uit het aanwezige restant van 22 GB twee secties gevormd. Zij moesten een mogelijke Duitse opmars van Arnhem noordwaarts over de weg langs de IJssel verhinderen. Inderdaad was er 's middags een treffen met zes Duitse verkenners op motoren, van wie er drie sneuvelden en drie krijgsgevangen werden gemaakt. De Duitse opmars was echter niet meer te stoppen. Over het lot van de twee secties zijn geen nadere gegevens voorhanden. Majoor Van Soest en een aantal van zijn ondergeschikten hebben zich met de staf van III-35 RI kunnen terugtrekken tot in Zeist.

2-22 GB

De commandopost van 2-22 GB

Kapitein C.F.H. Seyffardt, commandant van de compagnie 2-22 GB, had zijn commandopost in Duiven. Ook hij had de instructie om na het doorgeven van alle berichten zijn post te ontruimen en over de IJssel terug te trekken. Op weg naar het oversteekpunt in Lathum werd hij met zijn ongeveer 25 ondergeschikten rond 5 uur in de ochtend krijgsgevangen gemaakt.

2-22 GB beschikte over drie secties (pelotons), die elk op enige afstand van de grens waren gelegerd. De beschikbare gegevens duiden erop dat een aantal mannen van 2-22 GB was gedetacheerd bij 3-22 GB, dat uit maar twee secties bestond.

De 1e sectie van 2-22 GB

Deze sectie onder commando van 1e luitenant Tjalling Koster lag in het centrum van Didam in een barak naast café 't Zwijnshoofd. De sectie heeft een rijwielpatrouille van 25 (of 28) Duitse militairen in Nederlandse uniformen tegengehouden en krijgsgevangen gemaakt. Deze Duitse patrouille had opdracht het opblazen van de spoorbrug in Westervoort te verhinderen – wat niet gelukt is. Achteropkomende Duitse troepen hebben hun landgenoten bevrijd en luitenant Koster en zijn sectie krijgsgevangen genomen.

De 2e sectie van 2-22 GB

Deze sectie lag in Kilder en stond onder commando van 1e luitenant R.H.M. Slinger. Ze heeft alle voorbereide versperringen kunnen "stellen". De vijand is daarna nog kort tijd met een lichte mitrailleur opgehouden totdat een niet nader omschreven stuk bos [op de Hettenheuvel?] volgens plan in brand gestoken was. De hele sectie kon zonder verliezen in Lathum de IJssel oversteken.

De 3e sectie van 2-22 GB

Deze sectie lag in Babberich en stond onder commando van 1e luitenant H.A. Mendell. Ze werd omsingeld, maar in elk geval een sergeant-majoor en drie soldaten hebben per fiets de oversteekplaats in Lathum weten te bereiken. Hoe het de overige ongeveer 25 man is vergaan, is nog onduidelijk.

De grensdetachementen

In het vak van 22 GB waren elf grensovergangen. Bij elk daarvan was een grensdetachement gestationeerd. De grensdetachementen 1 t/m 3 werden gevormd door de 1e sectie van 3-22 GB en lagen in de gemeente Zevenaar. De grensdetachementen 4 t/m 6 werden gevormd door de 2e sectie van 3-22 GB en lagen in de gemeente Bergh. Hun commandant was 1e luitenant G.J. Kesteloo. De grensdetachementen 7 t/m 11 werden gevormd door 3-19 GB. Nummer 7 lag nog in Bergh, de overige lagen in de gemeente Gendringen.

De leden van de grensdetachementen waren, althans in de periode voor de Duitse inval, ingekwartierd bij particulieren in de buurt van de grensovergang die zij bewaakten. Elk detachement beschikte over een schuur of barak, waar materiaal was opgeslagen. Wellicht sliepen ze daar ook zodra de alarmstatus een zeker niveau had bereikt.

3-22 GB

De commandopost van 3-22 GB

De commandant van 3-22 GB, 1e luitenant H.A.F. Bergmans, had zijn commandopost in de landbouwschool aan de Dijksestraat 12 in Didam (op enige afstand van de 1e sectie van 2-22 GB bij café 't Zwijnshoofd). Zijn groep bestond, inclusief hemzelf, uit maar twaalf militairen.

Vanaf 04:15 uur werd de commandopost van drie kanten aangevallen. In het ongeveer tien minuten durende vuurgevecht sneuvelde soldaat Jan Thomas van Kekem. Luitenant Bergmans en zijn groep hebben zich daarna overgegeven en werden als krijgsgevangenen afgevoerd.

Grensdetachement 1

Grensdetachement 1 lag bij de voetgangersbrug over de Oude Rijn bij Herwen. In de vroege uren van 10 mei bliezen commandant korporaal Braam en de soldaten Van der Pol, Petrejus en Kabbes deze brug op, waarna zij met achterlating van Kabbes per auto naar het verzamelpunt in Babberich reden. Daar was de SS al doorgedrongen. Een van de SS'ers gooide een pakket handgranaten onder de auto, waarna Braam, Van der Pol en Petrejus door de explosie omkwamen. Bij ditzelfde incident is soldaat De Snoo gewond geraakt. Of hij op dat moment ook in de auto zat is niet duidelijk. Op 12 mei is hij in een ziekenhuis in Arnhem aan zijn verwondingen overleden.

De genoemde doden staan te boek als lid van 2-22 GB, hoewel grensdetachement 1 onderdeel was van 3-22 GB.

Grensdetachement 2a

Grensdetachement 2a lag bij het grenskantoor in Babberich ter hoogte van de Emmerichseweg (sic). Hier vond een vuurgevecht met de SS plaats, waarbij sergeant Liethof sneuvelde. Hij was de commandant van dit detachement De rest van de groep, vijf soldaten en een motorordonnans, wist te ontkomen.

Grensdetachement 2b

Grensdetachement 2b lag aan de spoorlijn bij grenspaal 680. Dit detachement kon zich terugtrekken en daarbij in Zevenaar nog enkele versperringen opwerpen. Het is onduidelijk of deze groep over de IJssel heeft kunnen ontkomen.

Grensdetachement 3

Grensdetachement 3 lag aan de Feldhauserweg. Deze groep werd niet aangevallen, maar heeft zich op 10 of 11 mei overgeven.

Grensdetachement 4

Grensdetachement 4 was het meest westelijke in de gemeente Bergh en lag in de buurt van grenspaal 688 aan de Zuider Markweg en op het snijpunt van de Peppelstraat en de Landweerswal. De naam Peppelstraat komt nu niet meer voor als dwarsweg van de Landweerswal. Peter Meisters noemt de weg op 18 januari 1935 in zijn dagboek. Ofwel de naam is in onbruik geraakt ofwel de weg is verdwenen. Mogelijk lag dit punt net over de gemeentegrens in de gemeente Didam.

Via deze grensovergang is de Duitse rijwielpatrouille die door de 1e sectie van 2-22 GB in Didam werd gearresteerd, ons land ingekomen. Of grensdetachement 4 de rijwielpatrouille als vijand heeft opgemerkt is niet bekend, maar mogelijk kon dit niet op tijd worden doorgegeven omdat dit detachement als enige van 3-22 GB geen telefoonverbinding had met de commandopost in Didam. Grensdetachement 4 werd tijdens het terugtrekken krijgsgevangen genomen.

Grensdetachement 5

Grensdetachement 5 lag bij het grenskantoor aan de Eltenseweg/Beekerstraße in Beek. Het bestond uit zestien militairen en had als onderkomen een houten barak niet ver van 't Peeske. Onder commando van sergeant Kruithof heeft het detachement de aspergeversperring op zo'n driehonderd meter van de grens gesteld en is daarna teruggekeerd naar de barak bij 't Peeske. Waarschijnlijk rond 04:45 uur vertrok de groep volgens instructie in een vrachtwagen naar Didam. De chauffeur was soldaat W. Prins van de Motordienst van het Vrijwillige Landstormkorps. Naast hem zat sergeant Kruithof, de rest stond of zat in de laadbak.

Al bijna meteen na het wegrijden, op de kruising met de Oude Eltenseweg en de Schaapsdrift, liep een groep SS'ers. Was die via de Boterweg de grens overgekomen? Hoe dan ook, de vrachtwagen moest hier langs- of doorheen. Sergeant Kruithof vernielde de voorruit en vuurde met zijn karabijn. Soldaat Prins stuurde met links en schoot met rechts zijn revolver leeg. Achter in de laadbak zal ook iedereen geschoten hebben. In elk geval heeft soldaat Van den Meerendonk dit gedaan. Hij bediende de lichte mitrailleur, die hij op het dak van de cabine had staan en waarmee hij vol op de SS'ers schoot. Naar verluidt werden er 25 tot 30 Duitsers gedood.

Bij dit treffen sneuvelde soldaat Hogeweg en raakte een aantal anderen gewond. Hogewegs lichaam is (waarschijnlijk al in Beek) achtergelaten, want hij werd op het protestantse kerkhof in 's-Heerenberg begraven. De gewonden zijn vermoedelijk meegenomen, maar hierover is geen nadere informatie voorhanden. Met minstens twee lekke banden heeft de groep Didam bereikt. Daar was een intacte vrachtwagen beschikbaar, waarmee naar Lathum werd gereden, alwaar de IJssel werd overgestoken.

Sergeant Kruithof en soldaat Van den Meerendonk zijn na de oorlog onderscheiden met het Bronzen Kruis.

Grensdetachement 6

Grensdetachement 6 lag aan de Eltenseweg in Stokkum bij de Landerswal. Het onderkomen van dit detachement was waarschijnlijk bij café 't Klaphek, want dat is waar het werd overrompeld en krijgsgevangen gemaakt. De vijand kwam niet, zoals verwacht, uit de richting van 's-Heerenberg, maar vanuit het zuiden via de Linthorsterstraat. De postcommandant heeft nog kans gezien de compagniescommandant in Didam telefonisch te alarmeren, maar moest zich daarna met zijn manschappen krijgsgevangen laten nemen.

3-19 GB

De commandopost van 3-19 GB

De commandopost van 3-19 GB in Azewijn was gevestigd in de bewaarschool aan de achterkant van de kerk. De commandant was kapitein J. Slagman. De post werd niet aangevallen en kon een tijdlang berichten blijven doorgeven over passerende Duitse voertuigen en troepen. Hoewel de post niet voor verdediging was ingericht, waren de ongeveer twintig militairen wel bewapend en was er ook een mitrailleur aanwezig. Pastoor Büter heeft de militairen op het hart gedrukt niet te schieten, omdat dat pure zelfmoord zou betekenen. Er is dan ook niet geschoten. In de late ochtend van 11 mei gaf kapitein Slagman zijn ondergeschikten toestemming de post in groepjes te verlaten en te proberen over de IJssel te komen. In hoeverre dit is gelukt, is niet bekend.

Hoelang er nog berichten zijn doorgegeven en aan wie, is onduidelijk. De commandopost van 22 GB in Westervoort werd immers al voor vijf uur in de ochtend van 10 mei ontruimd. Toen kapitein Slagman en zijn ondergeschikten waren vertrokken, stond hun zender er nog. Over wat daarmee gebeurd is, spreken de herinneringen van de broers Teun en Joep Venes elkaar tegen. Volgens Teun heeft de ondergondse de zender later opgehaald, maar volgens Joep hebben de Nederlandse militairen het apparaat in De Laak gegooid. Maar toen De Laak in de ambtsperiode van burgemeester Van Breemen werd schoongemaakt, werd er geen zender gevonden.

Grensdetachementen 7 en 8

De grensdetachementen 7 en 8 werden gevormd door de 1e sectie van 3-19 GB. Grensdetachement 7 was het meest oostelijke dat nog in Bergh lag. Het bewaakte de grensovergang bij het grenskantoor aan de Emmerikseweg in 's-Heerenberg. Grensdetachement 8 lag aan de Emmerikseweg in Netterden.

Nadere gegevens over deze detachementen ontbreken nog, maar in elk geval de commandant van de 1e sectie, 1e luitenant A.C. van Heemskerck Veeckens is in 's-Heerenberg krijgsgevangen genomen. Het is dan waarschijnlijk dat in elk geval grensdetachement 7 krijgsgevangen is genomen.

Grensdetachementen 9, 10 en 11

De grensdetachementen 9, 10 en 11 werden gevormd door de 2e sectie van 3-19 GB. Grensdetachement 9 lag aan de Millingseweg in Megchelen, grensdetachement 10 aan de Anholtseweg in Gendringen en grensdetachement 11 aan de Engbergseweg in Voorst.

Nadere gegevens over deze detachementen ontbreken nog.

De gesneuvelden

Bij 22 GB zijn, voor zover kon worden nagegaan, zeven militairen gesneuveld. Hiervan viel er één in de gemeente Bergh.

  • Korporaal Franziscus Braam, 2-22 GB, grensdetachement 1
  • Soldaat Gerrit Johan Hogeweg, 3-22 GB, grensdetachement 5
  • Soldaat Jan Thomas van Kekem, staf 3-22 GB
  • Sergeant Ludovicus Johannes Liethof, 3-22 GB, grensdetachement 2a
  • Soldaat Jan Petrejus, 2-22 GB, grensdetachement 1
  • Korporaal Bertus Cornelis van der Pol, 2-22 GB, grensdetachement 1
  • Soldaat Cornelis de Snoo, 2-22 GB, grensdetachement 1?

Bronnen